Hallo? Ken jij mij?

Hallo? Ken jij mij?

Dit verhaal heb ik onlangs geschreven (waarschijnlijk '97). Gewoon een kv voor de lol. Ook om een beetje mijn gedachten over een ontmoeting kwijt te kunnen, en nare dingen weg te schrijven.

“Kun je mij dan vertellen wie ik eigenlijk ben?”

Het is warm, zo warm zelfs dat je maar naar buiten hoeft te lopen van je koele kamer en het zweet staat op je voorhoofd. Een jongen van 17 fietst langs een huizenblok de “snelweg” van het fietspad op.

Hij ontwijkt nog voor hij het grote fietspad op komt een klein onoplettend jongetje. Voor hetzelfde geld had Frank dat jongetje overhoop gereden (zelfs nog voor minder). Die gedachte doorkruiste zijn hoofd wel even. Hij had immers een spijkerbroek aan. Het enige wat hij er aan zou overhouden zouden een paar schaafwonden zijn. Maar wat voor lol zou het immers zijn om te proberen een 200 watt vermogende schreeuwer na het overrijden proberen te kalmeren. Het jochie zag er erg venijnig uit en zal waarschijnlijk zijn best doen om Frank een schop tegen zijn schenen te geven. Of zou het snel zijn overbezorgde en overbeschermende vader roepen om te zorgen dat Frank er een litteken bij kreeg of anderzijds gehavend verder peddelde. Zo snel als hij kon gaf hij die gedachte op. Hij realiseerde zich dat waarschijnlijk heel veel mensen hem op jongere leeftijd hebben moeten ontwijken. Hij zou zijn vader nooit hebben geroepen, maar al te graag zelf een poging hebben gewaagd om zoveel mogelijk schade aan te richten aan degene die hem overhoop reed. Frank kneep dus vol in zijn remmen. De fiets had moeite het zware lichaam te stoppen. De remmen piepten ongelooflijk. Het apparaat met twee wielen was laatst voor een servicebeurt naar de fietsenmaker geweest. Frank was niet happy met die service. De slogan van het bedrijfje was altijd: “Wij zijn de beste fietsenmakers”, ze moesten die veranderen in “De beste fietsenmollers”. De remmen hadden nog nooit zo hard gepiept en slecht afgeremd. Ook de versnellingen werkten maar voor 3/5e deel.

Nadat het jongetje Frank boos aankeek voor het lawaai, liep het weg, zonder te realiseren dat het veel pijn was misgelopen. Frank schopte weer tegen zijn rechter-versnellingskabel en schakelde terug om weer op gang te kunnen komen. Vijf meter voor het grote pad zag Frank een jonge donkere dame langs fietsen. Zij keek hem aan, en Frank haar. Frank stak automatisch zijn hand op. Weer heel snel kruisen er gedachten door zijn hoofd. Hij werd ooit eens indirect beschuldigd van racisme, maar racist was hij beslist niet. Hij voelde immers geen enkele haat jegens buitenbeentjes of landers. Die beschuldiging had hem veel pijn gedaan omdat hij zeker wist dat hij het niet was, maar zich op geen duidelijke manier kon uitdrukken zodat iedereen dat in een keer snapte. Elke keer dat de toenmalige betrokkenen hem aankeken kreeg hij het gevoel dat er naar hem werd gewezen en er hard werd rondgeroepen dat hij verkeerd was. Vaak had hij die gevoelens, en even vaak wou hij uitschreeuwen dat het niet zo was. Maar dat kon hij niet. Hij zou dat niet durven.

Het meisje kneep hard in haar remmen. Ze was al weer uit het zicht vertrokken maar Frank wist dat ze op hem zou wachten. Ze kenden elkaar tenslotte al heel lang. Al vanaf de basisschool. Frank vergeleek nog even de geheugen foto’s (de klassenfoto’s die hij uitvoerig bestudeerd had om te weten te komen wie allemaal bij hem in de klas zaten) van haar toen met het nu in zicht komende meisje. Ze was niet veel veranderd behalve dat ze duidelijker meer vrouwelijkere vormen had dan toen. Frank trapte zo hard hij kon. De versnellingen begonnen weer tegen te stribbelen en hij moest van zijn 1e naar zijn 3e schakelen om te zorgen dat hij zijn ketting niet weer kapot trapte. Ze stond zoals hij verwacht had op hem te wachten. Haar gezichtsuitdrukking veranderde van de norse blik uit haar ogen bij het eerste gezichtscontact net (die ze gratis elke dag van haar werk mee naar huis kreeg), naar een vriendelijke glimlach. Ze was even blij hem weer te zien als hij haar. Ze hadden elkaar al minstens een jaar niet gezien. Voor het gevoel van beide personen was het al veel veel langer. Ze wachtte op hem en samen fietsten ze rustig verder. Zoals normaal bij het weerzien van “oude” bekenden werd Frank eerst gevraagd hoe het met hem ging.

Op een 1 of ander manier was het altijd degene tegenover hem die dat vroeg. Nog nooit had Frank die vraag als eerste gesteld. Natuurlijk was alles goed met Frank. Zelfs al was het niet zo (hij kon toch gauw een paar dingen bedenken) dan zou hij dat niet zeggen. Zodra men die vraag aan hem stelde controleerde hij zijn fysieke gesteldheid. Die was zoals 99% van zijn tijd; goed. Uit normaal verwachte beleefdheid retourneerde hij de vraag. Ook met haar ging het goed. Frank merkte toch enige twijfels in haar gezicht op. Op zo’n manier dat als ze hadden gelopen dat ze in tranen uitbarstend een positie in zijn armen had verworven. Frank schrok er een beetje van en besloot snel dat het onverstandig was om er dieper op in te gaan. Dat was misschien wel hard van hem, maar met haar fietsen van net was het toch duidelijk dat ze snel wou komen waar ze naar toe ging. Frank zelf had ook behoefte om weer naar huis te gaan. Hij voelde zich onprettig over het simpele feit dat hij zonder jas fietste. Dat was altijd het meest irritante van het fietsen volgens hem. Maar aangezien iedereen overdreven bloot op de fiets zat liet hij zich overhalen om toch geen jas aan te trekken. Zijn zus had zelfs nog geprobeerd hem in een korte broek te praten en dan daarin gras te komen maaien. (mooi niet dus!) En ten derde kwam er nog bij dat er een gat in zijn “mooie” leren schoenen zat omdat er een grasmaaier zijn versie van hakken op toepaste. Iets dat zijn humeur niet bevorderde. Het meisje merkte zijn blote armen op. Zij fietste links van hem en kon dus duidelijk de binnenkant van zijn linkerarm zien. Die droeg nog een litteken van de basisschool waar zij beide op zaten.

Het litteken had Frank opgelopen tijdens een van de bekendste spelletjes van die periode op zijn school. Hij zat toen nog in groep 6 van de 8 groepen op die school. Hij was toen nog maar net 10 jaartjes jong. Het gebeurde op een woensdag. Hij had ’s morgens met zijn vader nog saté zitten eten. Iets wat Frank wel vaker deed nadat hij een nacht niet had kunnen slapen zonder enige reden van slapeloosheid. Geen slechte gedachten die door hem heen gingen, ook geen slechte herinneringen. Hij was daarom zoals eigenlijk gewoonlijk al om 8:00 op het schoolplein. Hij wist precies wie de volgende zou zijn die het plein op zou komen wandelen. Dat zou Peter wezen. De bolle boos van de klas. Iemand die altijd spijkerhard was voor de dames, en super driftig als je hem uit zijn oh zo belangrijke concentratie haalde. Hij was zo goed in de les omdat hij zich nergens anders voor interesseerde. Niet in de dames die tegenover hem en Frank zaten, niet in het tekenen van poppetjes en tanks tijdens de godsdienst lessen. Alleen leren, leren en leren. Hij en Frank waren de knapste koppen op het gebied van rekenen (echt niet qua uiterlijk). Waarschijnlijk (achteraf voor Frank) had de “meester” wel door dat Frank zijn prestaties omhoog zouden gaan vanwege het simpele feit dat er een concurrentiestrijd tussen Peter en Frank zou oplaaien. Dat was alleen bij rekenen duidelijk het geval. Bij de rest zal het ook wel mee hebben gespeeld, maar was Peter duidelijk zijn meerdere. (qua lessen) Als je hem vroeg waarom hij altijd zo vroeg op school was dan zei hij altijd dat hij niet te laat wou komen. Als Frank hem dan plaagde door te zeggen dat het kwam omdat Peter gewoon zo veel mogelijk tijd door wou brengen met een meisje uit de klas dan lachte hij wat. Zij Frank hetzelfde publiekelijk (Frank zei toen veel dingen publiekelijk, hij hield wel van de aandacht die hij steeds kreeg) dan kon hij een harde stomp tegen zijn rechterarm verwachten. Als hij dan zijn hoofd bij draaide om naar het tomaat rode hoofd van Peter te kijken kon hij altijd het meest genieten. Ook deze morgen was het raak. Deze keer was er verder nog niemand op het schoolplein behalve een paar “broekies” van groep 1 of 2. Daarom kon Peter er wel om gniffelen. Naar verloop van tijd werd het wel drukker. Het plein begon rustig aan vol te lopen met kroost. We gingen zoals gewoonlijk “overlopertje” spelen. Het plein was groot zo’n 20 meter breed en wel 60 meter lang. Er was genoeg plek om iedereen op het schooltje te ‘huisvesten’. Frank en de zijnen als groep 6 en toekomstig groep 7 mochten met de toenmalige groep 7 meedoen. Waarschijnlijk omdat 50% van de klas van groep 6 langzamer was dan alle groep zeven lieden. De jongens deden mee aan dit spel en 1 meisje. Die achtte zich snel genoeg en was meer geïnteresseerd in de dingen die de jongens deden dan wat de meisjes deden. Wat de meisjes deden was Frank nog steeds niet duidelijk. Tijdens het overlopertje (zoals altijd) was Frank een van de snelste. (dat dacht hij altijd, want hij werd nooit getikt) In werkelijkheid werd hij elke keer als hij getikt werd zo driftig dat hij alleen maar oog had voor degene die hem getikt had en die dan zo hard als hij kon terug sloeg. (“tikken” heette dat in zijn woordenboek) Dus degenen die dat hadden meegemaakt of er getuige van waren hoe hard Frank kon meppen tikten hem niet meer. Soms net voordat de les begon maakte iemand (1 van de 2 jongens die snel genoeg waren) Frank zo driftig dat hij achter hem aanging. Er waren meer jongens in de klas aanwezig maar er waren er maar twee sneller en handiger in schijnbewegingen dan hij. Die jongen kon dus 99% van de tijd uit Frank zijn handen blijven. De meester stond altijd bij de deur om te zorgen dat iedereen naar binnen kwam. Die moest dus meestal Frank naar binnen schreeuwen, dit tot grote lol van de “snellere” jongen. Ook deze keer was iedereen er. Niemand was ziek, want men wou toch graag naar buiten met zulk mooi weer. Op het plein was het druk en over en weer renden er mensen. Ook Frank baande zich een weg naar de overkant. Vlak voor de “slurf” naar de ingang stond een lokaal dat was ingericht als vergaderruimte voor de meesters en de juffen. Dit was nu de overkant van Frank geworden. De reden dat de leerlingetjes wisten dat het een vergaderruimte was omdat je het door de ramen kon zien. Je had als pukkie (of ukkie) daar niets te zoeken en mocht er dus niet komen. Frank rende zo snel als hij kon naar de overkant. De tikker was een jongen uit groep zeven. Die jongen was snel als hij op gang was. Frank rende langs de jongen en die ging er achteraan. Niet met het specifieke doel om Frank te tikken maar het was moeilijk om achter 1 prooi aan te gaan dus men raakte het selectieve vermogen kwijt. Hij was dus de draad kwijt en wou alles doen om maar iemand te tikken zodat die in het midden van het plein moest rondrennen. Frank versnelde nogmaals. Ditmaal tot zijn topsnelheid. Daar had hij wel de energie even niet meer voor, maar zijn gedrevenheid bracht hem er dicht bij. Frank keek om en zag dat de jongen het opgaf. Het was nog maar een klein stukje naar de vergaderruimte, maar dat deerde Frank niet. Hij zou de metalen kozijnen om de ramen wel gebruiken als remmiddel. Dit verliep niet volgens plan. Frank knalde met zijn twee armen door de ruit heen. Hij kan zich achteraf niet veel details meer herinneren van zijn “ongeluk”. Maar wel dat zijn rechterhand snel naar het midden van zijn linker greep. De warme gloed van bloed sijpelde over zijn borstkastje en over zijn armen. Van paniek ging hij huilen. Het bloed spoot over zijn t-shirtje. (een van zijn persoonlijk mooiste shirts) Snel hobbelde hij door de “slurf” naar de deur die net werd dichtgedaan door een juf. Zij liep weg terwijl hij dichter en dichter bij de deur kwam. Op een 1 of andere manier kreeg hij toch de aandacht van de vrouw van midden veertig. Die draaide paniekerig de deur open, en riep de directeur. Die was blijkbaar een geboren leider want die regelde toch alles wat er moest gebeuren. Hij riep voor theedoeken om het bloed te dempen. De overige juffen stonden tien meter verder toe te kijken. Iedereen was geschrokken van het vele bloed dat er uit het kleine lichaampje kwam. De directeur vroeg Frank wie zijn dokter was. Daar had Frank nooit aan gedacht. Het duurde even voordat het eruit kwam. Intussen had de directeur al een tweede keer gevraagd wie zijn dokter was. De vraag had alle aandacht van de jongen opgeëist. Frank riep snel dat Haye zijn dokter was. Een juf was toen zo slim om te vragen(!) of ze dokter zou moeten bellen. De meester (dat was hij ook) had al door dat het serieuzer was. Hij brulde (geheel in zijn stijl) dat het ziekenhuis moest worden gebeld. Hij nam Frank mee naar de dienstuitgang (mochten de jonkies niet doorheen) en stopte hem hardhandig maar toch voorzichtig in de kleine Panda van een juf. Daarmee reden ze rustig (Frank had graag de juf zien scheuren) naar het Scheperziekenhuis. (de trots (NOT!) van Emmen) Daar werd Frank op het brancard dat klaarstond in het ziekenhuis naar de eerstehulp kamer gebracht en na een halve minuut kwam de dokter kijken. Toen was het wel duidelijk wat er aan de hand was. Uit blijk van dank kotste Frank nog even de kakschoenen van de dokter onder. (hij mocht Frank dankbaar zijn) Misschien uit ongenoegen zorgde de dokter dat Frank snel onder zeil kwam en de operatiekamer werd binnen gereden. De narcotiseur was donker van huidskleur. Frank moest (zoals dat bekend is) tot tien tellen en dan zou hij wel weg zijn. Nadat Frank drie keer snel tot tien had geteld verdween hij van de aardbodem. Hij werd volledig gerepareerd wakker naast een overdreven kreunende oude vrouw. Die zorgden er voor dat Frank gelijk uit zijn ochtendhumeur (het was rond tien uur) schoot naar een klotendag humeur. (en dat merkten de zusters wel voor de aankomende anderhalve dag)

Die gedachten flitsten gedeeltelijk door zijn hoofd nadat zij hem eraan herinnerde. Hij wist dat iedereen die daar van getuige (direct of indirect) was toch erg geshockeerd was. Hij kon af en toe nog (vooral bij meisjes uit de klassen onder hem) kleine trauma’s bespeuren. Bij het meisje waar hij nu naast fietste was het gelukkig veel minder. Zij had de laatste twee jaar van de school (groep 7&8) naast hem gezeten. Dat herinnerde hij zich helemaal niet. Dit kwam ook mede door de superzware hersenschudding die hij had opgelopen toen op zijn 12e (net na het begin van de school vakantie) naar het laatste toernooi voor de zomerstop fietste. Hij voetbalde bij VV Bargeres. (“Een club waar menig tegenstander een trauma aan overhoud” was Frank zijn motto tijdens het voetballen) (geen wonder van de gemiddelde f15,- boete per wedstrijd!). Net voor de velden van VV Bargeres lag een tennisbaan. Kennelijk afgeleid van de weelderige dames die er tennisten (weet hij niet meer) merkte hij te laat op dat zijn veters verstrikt raakten om zijn rechtertrapper. He looked (and wept), and before he could even say “shit,” everything went black. Hij werd naar huis gebracht door een kerel met een Saab, die Frank toevallig kende via zijn dochtertje dat ook bij Frank in de klas zat. Frank had immers ook redelijke bekendheid verworven na zijn raam-stunt. Tijdens zijn “afwezigheid” had hij uren wartaal uitgekraamd. Zijn familie was heel erg ongerust. Behalve zijn 6-jarig zusje. Dat kwam thuis van een vriendinnetje. Voor ze wat anders kon zeggen dan “HOI!” op 100 watt moest ze niet zo luidruchtig zijn omdat haar broer op de bank lag met een kater van de afgelopen 12 jaar die ineens niet meer bestonden. Ze keek naar Frank en zei: “Oh?”. Daarna draaide ze zich weer naar haar ouders en toonde trots het tandje dat uit haar mond was getrokken door een appel die ze bij haar vriendinnetje had gekregen. Frank herinnerde zich dus maar erg weinig van die afgelopen twaalf jaar. Af en toe kreeg hij herinneringen terug, dit gebeurde dan als hij bekenden zag of als bekenden dingen over het verleden begonnen te vertellen. Zo ook het meisje dat nu al een minuut naast hem fietste. Ze begon eerst een beetje te vertellen hoe het met haar was gegaan het afgelopen jaar. Dat was niet zo best. Haar ex-vriend had zijn stempel op dat jaar gezet en niet door lief te zijn voor haar. Nu ging het beter nu ze een lieve vriend had. Frank kon in haar ogen zien dat ze toch liever iemand anders had. Zijn gedachten gang schoof hem direct in die positie van die andere iemand. Hij moest die gedachte wegslikken om er niet gefixeerd op te raken. Hij vond het meisje erg aardig. Hij kende haar niet goed, maar zou best zijn leven aan het leren daarvan willen wijden. Zoveel aardig vond hij haar dus. Nu was hij aan de beurt om dingen te vertellen die met hem gebeurd waren. Hij kon niet zoveel vertellen (geen vriendinnen, dus kon ook niks daarin misgaan). Wel kon hij trots te kennen geven dat naar het HBO ging. Toen hij dat verteld had begon het meisje weer over de basisschool periode. Tijdens de proefwerken kwam ze altijd “extra” dicht bij Frank zitten. Dat “extra” viel Frank op. Dat ondersteunde zijn theorie van die andere, dat hij degene was die ze voor haar huidige vriend in zou willen ruilen. Toen de “scheidende” kruising er aan zat te komen, vroeg ze nog of Frank een vriendin had. Op deze vraag moest hij een leugen beantwoorden. Hij zei dat als hij er een had dat ze dan snel bij hem weg ging. Dit was een leugen omdat de vrouwen al voor de verkering weg gingen. (dit is Frank zijn mening) Ze namen degelijk afscheid door gezamenlijk kennis te geven dat de korte interactie toch enig genoegen met zich meebracht. Deze zin had Frank snel even bedacht en liet een lach op haar gezicht verschijnen. Zij riep hem toe dat ze zich verheugde op een volgende interactie. Dit keer glimlachte Frank ook en riep: “Onthoud dat ik altijd van je blijf houden”. Dit zei hij alleen tegen zijn beste vrienden (inclusief ouders) en die waardeerden het enorm. Nadat hij dat gezegd had zei het meisje niets meer terug. Aangezien Frank meestal het laatste woord had in gesprekken, fietste Frank verder nadat het meisje uit het zicht was gezwaaid.

Die avond nog verscheen op de lokale kabelkrant dat er een meisje was aangereden. De bestuurder van de wagen verklaarde tegenover de politie dat het meisje vanuit het niets opdook en geen aandacht had voor het verkeer. Hij meende gezien te hebben dat het meisje huilde terwijl zij in vrije vlucht over zijn wagen knalde en nooit meer ademend neerkwam. Geschokt door het nieuws realiseerde hij zijn gevoelens voor het meisje. Hij wist 100% zeker dat zij het was. Nu zou hij haar meer missen dan ooit tevoren. En dat was al heel veel. Niemand anders zou hem voorlopig kunnen vertellen hoe hij was. De school was al afgebroken en zijn medeleerlingen naar Verweggiestan verhuisd. Af en toe ziet hij toch nog twee vrouwen van toen uit zijn klas. De een kijkt hem aan alsof Frank hartstikke dood neer mag vallen en het liefst door leeuwen aan stukken gescheurd worden. De andere vrouw die meestal erbij is, lacht hem zo lief toe dat hij knikkende knieën krijgt als hij haar aankijkt. Hij is te bang om behalve “Hallo” nog wat meer te zeggen. Daarom blijft hij trouw wachten op zijn geheugen (van voor zijn twaalfde) dat al meer dan vijf jaar met actief pensioen is, en dat grandioos combineert met de VUT.

-#End#-