In het zicht komt een veld met vuur. Het blik daalt neer op een man die aan het begin van het veld loopt. Hij loopt langzaam, hij wil harder maar het kan niet. Het kan simpelweg niet. Hij trachtte alle schepen met spoken achter hem te verbranden.
Hij had het ook zo, onachtzaam, achter willen laten. Maar zijn eerlijkheid tegenover zijn toekomst had hem van gedachten veranderd. Hij had de drang om met de toekomst gelukkig te worden. Hij had zelfs die gedachten en hoop. De eerlijkheid wou hij ook. De schaamte van de staat van zijn verleden schoof hij aan de kant.
Zijn toekomst luisterde. Zijn toekomst zweeg even. Zijn toekomst vroeg meer inzicht, en hij legde zijn ziel uit.
Op dat moment stond zijn schip in het water van het verleden in brand. Het water vatte echter ook vlam. De man was nog niet ver genoeg om buiten het bereik van de hitte te komen. Hij brandde zich weer, zoals hij in het verleden ook had gedaan.
De man liep door, al geconcentreerd om het vuur dat hij meenam uit zijn verleden te doven.
Hij was hier redelijk ver mee voordat hij weer vooruit keek. Hij zag toen pas dat zijn toekomst ook in lichterlaaie stond. Hij zag het. Hij voelde het. Hij zei het. Zijn toekomst meende echter dat het niet zo was.
Hij liep door richting zijn toekomst. Deze nam echter meer en meer ruimte tussen hem en zichzelf. Uiteindelijk strekte hij zijn hand uit om haar alsnog te bereiken.
Zijn toekomst was echter al van de horizon verdwenen. Uit het verleden kwamen de spoken. Zij namen zijn armen vast en sleepten hem terug. Daar verteert het vuur hem. Het vuur dat hem in het verleden deed veranderen. Het vuur uit het verleden dat de huidige hem deed vernietigen. Het vuur uit het verleden dat zijn toekomst tot as keerde.
Het vuur van het verleden leeft in het heden en in de toekomst.