Richting

Richting

Goeden dag, u heeft het nummer van The People gebeld. Wij zijn op het moment niet bereikbaar. Als u interesse heeft in ons noodzakelijke werk, laat dan aub uw telefoonnummer achter na de biep.

BIEP

020-4223344

Vier uur later gaat de telefoon over bij Daniello Alkema. Hij is degene die gebeld heeft naar The People. Als Daniello opneemt vraagt een zachte vrouwenstem hem of hij degene is die naar hun toe had gebeld. Hij bevestigt het feit, en vraagt om informatie over hun groep en werk.

Ze begint met het opnoemen van de doelen van de organisatie. Wereldorde en vrede. Uniform geloof, wetten die overal gelden. Alles klinkt als een sprookje. Daniello vraagt na drie kwartier praten wat voor moeite hij moet doen om ook bij The People te horen. Hij krijgt te horen dat hij een medelid in huis krijgt en dat hij 20% van zijn inkomsten (bruto, dat benadrukt ze) moet afgeven aan de organisatie. Ook komt de organisatie in zijn testament te staan. Alles wordt gevraagd; bruto inkomen, bezittingen, familie fortuin etc.

Daniello stemt in zonder aarzelen. Ze vraagt zijn adres. Nadat dat is gegeven vertelt ze met nog vriendelijker stem en bewoording dat zij zelf persoonlijk langs zou komen om de details te regelen.

's Avonds om negen uur gaat de deurbel. Daniello opent de deur. Hij ziet drie vrouwen. Een vrouw staat achter de andere twee, zij staat met een tas tussen haar armen. De voorste twee vrouwen stellen zich voor. Daniello laat ze rustig binnen en biedt ze een zitplaats aan.

“U woont hier erg ruim, moet ik zeggen,” zegt een van de twee vrouwen. “Dit is Lani Hagendoorn, zij zal bij u in huis komen,” deelt de tweede vrouw mee. De verlegen vrouw steekt haar hand uit naar Daniello. Met haar andere hand pakt ze uit haar jaszak een pistool en schiet hem leeg in hem.

De verlegen vrouw schrikt van haar gedachten. Ze knippert met haar ogen, en kijkt naar Daniello. Die kijkt verbaasd in haar mooie zachte blauwe ogen.

De vrouw, bij het maken van oogcontact, trekt haar hand terug. Ze bloost. Enerzijds schaamt ze zich, voor wat ze dacht, en voor het oogcontact, dat ze niet verwachtte. De twee andere vrouwen kijken elkaar aan met genoegen. Ze denken: Die buit is binnen.

Er staan twee mannen te wachten. Ze staan voor een tramhokje. Het is hartje zomer. De ene man is ongeveer 1 meter tachtig. Hij draagt normale zomerkleren. Niets dat hem zou laten opvallen. Het enige dat aan hem zou opvallen, als het niet Amsterdam was geweest, dat hij erg relaxed is. De man naast hem is het tegenovergestelde. Het is echter ook een Hollandse man. Een beetje een nuchtere boer. Maar die man draagt een lange regenjas. De jas is dicht en de man drukt, zichtbaar, zijn jas tegen zich aan. Het zweet loopt de man van het voorhoofd. De linker man, Arthuro, pakt zijn zakdoek en veegt het zweet van de andermans voorhoofd. De man knikt in dank naar hem. Arthuro krijgt een glimlachje op zijn hoofd, een gemeen lachje. De zwetende man keert zijn hoofd terug naar voren. Daar kijkt hij geconcentreerd naar voren. Hij kijkt naar niets, maar doet zijn best voor iets. De tram arriveert.

De zwetende man schrikt ervan. Het aankomen en stoppen van de tram was hem helemaal ontgaan. Arthuro laat hem eerst instappen. Hij gaat achter in de tram zitten. Arthuro zit echter helemaal vooraan. Een oudere vrouw van rond de 60 stapt ook in. Zij loopt naar achteren en gaat direct tegenover de nu nog harder zwetende man zitten. Hij pakt met trillende hand een sigaret uit zijn jas. Hij steekt hem aan, en inhaleert met al zijn longcapaciteit. Heel rustig laat hij de rook uit zijn mond lopen.

De oude vrouw begint zielig te kuchen, en tikt met haar nagels de sticker op het raam aan. Op de sticker staat een niet-roken tekening. De natte man ziet wat ze bedoelt en steekt zonder blikken of blozen zijn middelvinger op tegen de vrouw. Die hangt nu voor de neus van de oude vrouw. De vrouw kijkt beledigd de andere kant op. En probeert te negeren wat er net gebeurde. Met een glimlach gaat de man rustig achterover liggen. Met zijn benen blokkeert hij de vrouw. Zelfs als ze zou willen, zou ze geen kant op kunnen.

Na een vijf minuten rijden, stapt Arthuro uit. De nu nog wel natte man, maar niet meer zwetend, ziet hem en volgt hem met zijn ogen totdat hij uit het veld van zicht gaat. Dan draait hij weer bij en gaat recht zitten.

Hij gooit zijn stompje sigaret naar de vrouw die nog steeds tegenover hem zit. Die roept zo hard ze kan, hopende dat de man zou schrikken: “Nu is het genoeg, jonge man!!!”

De man in kwestie schudt zijn hoofd, hij knoopt zijn jas los. Die duwt hij opzij. Bij het wegschuiven van de jas wordt een rij explosieven getoond. De man grijpt naar zijn zij, en trekt een pistool. De oude vrouw haar mond valt bijna ver genoeg open zodat haar kunstgebit er uit kan glijden. Hij lacht, en richt met alle plezier zijn pistool op de vrouw.

Bij het overhalen van de trekker, draaien de ogen van de vrouw weg. De vrouw was al dood voordat de kogels haar raakten. De kogels sloegen grote gaten in het tengere lichaam van de vrouw. Een kogel drong door bij haar, al stilstaande, hart. Het kwam er achter weer uit en sloeg een deel van haar rib weg. De tweede en laatste kogel reet haar schouder open. Het maakte niet uit. De vrouw was al dood voor de inslagen van de kogels. Dat wetend zorgde voor een minder genoegen bij de man. Hij zei: “Nou, die is in ieder geval dood.” Hij draaide naar voren, de trambestuurster kijkt hem aan met een wereld van verbazing in haar ogen. De man stopt snel zijn pistool weg, loopt tot het midden van de gehele tram en drukt op een knopje op zijn middel.

De tram schiet aan flarden. Het dak wordt gelanceerd. Er blijft niks over van de hele tram. 0,14 megaton was de bom. Dus 14% de kracht van een atoombom.

Op het nieuws spreekt men erover. Daniello zapt verder. Maar elke zender heeft het erover. Dus blijft hij maar even kijken naar een zender met een mooie verslaggeefster. Die staat bij de resten van de tram. De hele omgeving is afgezet. Ze laten beelden zien van de omgeving van de plek. Geen enkel gebouw heeft een ruit in zijn voegen. “Het dodental is gestegen tot 19,” roept de verslaggeefster. “Een jonge man van 17 is aan zijn verwondingen overleden. De jongen reed de tram voorbij toen die explodeerde. Hij werd 22 meter weggeslingerd.” De vrouw heeft toch een glimlach op haar gezicht. Het is alsof het de vrouw niet kan schelen wie er dood zijn gegaan. Ze is al blij dat ze het mag vertellen aan mannelijk Nederland.

Daniello en Lani zijn alleen in het huis van Daniello. De spullen van Lani waren gelijk afgeleverd. Lani had te kennen gegeven, het geen probleem te vinden om hier te wonen. Lani komt uit haar kamer.

Daniello kijkt even op vanuit zijn luie stoel om te kijken naar Lani. Als hij even een glimp van haar heeft opgevangen, kijkt hij weer naar de buis. Lani loopt naar de tv, en zet hem uit. Daniello richt nu zijn zicht naar Lani. Die draait zich naar hem en laat haar nachtpon op de grond vallen. Ze staat er met blote lichaam. Daniello kijkt er niet eens naar. Hij is verdwaald in de ogen van de vrouw. Ze loopt naar hem toe en duwt hem achterover in zijn stoel...

Lani staat in lingerie voor de spiegel. Ze heeft al een buikje van drie maanden. Daniello komt net terug van de notaris. Hij heeft alles geregeld. De jongen, in de buik van zijn moeder, krijgt alles bij het overlijden van zijn vader. De zorg over het kind, als beide ouders wegvallen, zal worden toevertrouwd aan de hulporganisatie: The People.

Negen maanden later:

Lani is weer aan het werk. Het kind van haar en Daniello is er nu al drie maanden. Ze werkt bij een vervoersmaatschappij. Ze werkt bij de Zuid-Hollandse Tram Vervoer. Daar werkt ook Daniello. Hij is er hoofd administratie. Daniello kan altijd samen met Lani naar huis aan het einde van de dag. Hun kind kunnen ze dan ophalen uit de crèche van The People. Ze zijn erg verliefd. Het is van hun gezichten af te lezen.

Nog een kwartiertje en ze zijn weer vrij. Daniello zit achter de stoel van de trambestuurster. Lani bestuurt de tram. Bij het horen van de zielige kuchjes van een vrouw achterin, en het zien van een rokende man, zucht ze diep. Ze heeft geen zin in moeilijkheden, aan het einde van haar dienst. Ze besteedt er verder geen aandacht aan. Ze stopt voor de twee-na-laatste halte. Daar stapt Arthuro uit. Hij geeft Daniello een magazine. De titel van het blad luidt: The End. Geïntrigeerd door de titel slaat hij het open. Er staan allemaal onheilspellende dingen in. De manier waarop het beschreven wordt maakt hem aan het lachen. Hij gelooft geen barst van de hele inhoud.

Hij schrikt zich rot bij het horen van twee schoten. Hij kijkt op en ziet dat een man met een regenjas een pistool richt op een vrouw die op de grond ligt. De vrouw beweegt zich niet. De man met pistool draait zich bij. Daniello ziet het bloed achter op de ruiten van de tram. Hij voelt de magazine branden in zijn hand. Hij heeft nu de achterkant vast. Hij leest daarop: Dit blad is tot stand gekomen door: The People, met als thema: One way to go. Het blad vat vlam, zijn hand brandt, maar die twee regels niet. De rest wordt verschroeid, door een groen-blauw vuur...

De baby wordt liefdevol opgepakt door twee vrouwen. De een houdt zijn spulletjes vast en de ander het kind zelf. Ze nemen het mee, mee naar hun huis. In dat huis wonen meer kinderen. De vrouw met de kinderspullen roept de kinderen bij elkaar. Ze vertelt hen dat ze er een nieuw broertje bij hebben gekregen. Dit was het jongetje waar ze over verteld had. Degene zonder ouders. Elk kind accepteert het feit, en gaat vrolijk verder met spelen. Er is geen haan die er naar kraait. De kinderen zijn het gewend. Ieder is tenslotte zo binnen gekomen.