Ik word wat?

Door Jacob Warris.

"Dit is het adres" zegt een agent tegen zijn vrouwelijke partner, "Leliestraat 82".
Ze parkeren hun wagen even verderop, en stappen uit.

Een paar minuten later…:
"Godverdomme!"

"Shit, sorry" zegt een man omhoogkijkend alsof daar iemand is die beledigd was. Als dat zo was dan zou die minder levenspunten krijgen voor de dingen die hij net zei.

Het is Thomas Alegiar.

"U wordt beschuldigt van verkrachting, poging tot doodslag en last but not least: diefstal en oplichting" zegt een agent met een onnodig en ziekelijk Hollands vingertje in de lucht. Met zijn rechterhand zo dicht mogelijk bij zijn wapen. De agent was een man die maar 1 blik nodig had om iemand te veroordelen. En die blik was nooit 100% fout. Maar… ook niet 100% goed. En de blik die hij op zijn netvlies had was er één van een crimineel. Die Thomas was alles wat aan zijn verwachtingen en beelden van een crimineel voldeed. Echt één met al die nare dingen op zijn kerfstok. Hij zou niets liever doen dan zijn pistool trekken en hem leegschieten in het stuk tuig. Het enige wat hem tegenhield was zijn partner achter hem. Een halfbloed-vrouw. Zij was een van de eerste producten van de integratie van vreemdelingen in het politie-systeem. Zij was gespannen. Dat was duidelijk van haar af te lezen. Dat was als je naar haar gezicht keek, keek je naar haar lichaam dan zag je het bange meisje duidelijk naar voren komen.
Ze was klaar om achter haar "stoere" maar vooral brede partner te springen. Ook had ze voor de zekerheid maar het lipje van haar holster geopend. Zo kon ze de man van haar boze dromen lekker snel overhoop schieten. Elke vrouw heeft wel eens een "boze" droom gehad over de engste engerd van de wereld die haar achtervolgde en net als ze gepakt wordt en achterover valt wordt ze wakker. Gevolg van deze onplezante ervaring was een hartslag van rond de 205, en angstzweet. Beide symptomen waren op dit moment terug gekeerd.

Thomas schreeuwt in zijn gedachten: 'Wat is dit nou voor onzin?' 'Verkrachting?' 'Wie verzint nou zoiets?' 'Waarom?'
Hij kijkt naar de agenten. Die staan klaar, en hopen op onenigheid. Voor hen staat een man 1.79 meter hoog. Ongeschoren (scheren deed hij alleen als hij naar werk toe moest of andere officiële dingen), en op het moment ernstig verward. Zijn schouders waren in totaal 50 centimeter breed. Niet veel vergeleken met de schietgrage agent, die heel trots was op zijn 60. Thomas was niet imponerend in vergelijking met de agent. Maar wel als je hem naast een gewone man zette. Alles aan Thomas zei; stevig. Rond hoofd, grote kont (voor een man) en ronde benen.

Ze stonden daar met zijn drieën zeker een minuut of twee op elkanders reactie te wachten. Tot die tijd deden ze allen niets. De twee agenten keken gespannen naar de verrichtingen van Thomas. Het enige wat zij zagen was iemand die diep in gedachten verzonken was. Dat konden de gedachten zijn van iemand die zijn zonden overpeinsde, maar ook iemand die zijn ontsnapping uit de situatie aan het plannen was. Femma, de agente, tikte Frank (eigenlijk een naam voor een softie) op de schouders. Eigenlijk wou ze dat hij de man in de boeien sloeg. Ze had haarzelf al in de positie geplaatst, maar ze was huiverig voor het feit dat hij misschien haar borsten zou pakken. Het waren rare gedachten, maar zo ging dat nu eenmaal. Een verkrachter zou ze nooit willen aanraken. Het liefst niet eens zien, maar het was deze keer niet anders. Zij hadden deze week pick-up dienst. Dat betekende dat zij de verdachten op moesten halen voor verhoor.

Frank keek boos naar Femma, hij had net het beeld in zijn hoofd van een Thomas met erg veel verschoven nekwervels. Hij begreep wel haar stille verzoek en pakte zijn handboeien. Hij keek weer op naar Thomas, en was te laat voor zijn slag. Thomas had hem met het gedeelte van zijn hand (net boven de pols) op zijn kaak geslagen. Er was niemand in Nederland die daar tegen kon. Alle kracht die de verwarring van Thomas waren verstopt in de geheel onverwachte slag. Frank een "beer" van een kerel, zou wel overeind hebben gestaan als hij was voorbereid of enigszins gewaarschuwd. Maar wie had het lef nu om hem te slaan? Tja, Thomas dus.

Frank viel stijl achterover. Alles werd zwart in zijn wereld. Hij viel met zijn hoofd op een grindtegel. Het hoofd van Frank kwam hard terecht en kreeg een gat erbij als tol. Femma was letterlijk en figuurlijk schijtens benauwd. Haar donkerblauwe broek kreeg een iets blauwere kleur erin op kruishoogte. Een normale reactie voor iemand die net haar grote voorbeeld van een onverwoestbare agent, als een veertje zag omvallen. Daarbij kwamen de gedachten dat ze nu helemaal alleen tegenover Thomas stond. Thomas was verbaasd over het gemak van het agentje-omver-meppen. Hij had verwacht ook nog een schop in het kruis uit te moeten delen. Dat haatte hij om te doen, omdat hij wist dat het pijnlijk was dat een man aan te doen. Hij keek naar de angstig bevende agente. Hij sloeg geen vrouwen, dat had zijn vader hem geleerd. Hij hoopte dat ze zich niet zou verzetten…

Femma zag nu een vraag op het gezicht van Thomas. Eigenlijk wachtte hij op een gil of een trap. Ze deed niets, ze kon het niet. Ze had zelfs niet gemerkt dat ze haar eigen broek had vol geplast. In alle spanning vergat ze te ademen, niet lang daarna viel ze flauw. Thomas schoot in de lach, het gezicht dat Femma had getrokken was uiterst lollig en de zenuwen moesten ook een uitlaatklep hebben.

Na een paar seconden realiseerde hij zich wat hij gedaan had. Het angst zweet brak hem uit. 'Wat moet ik nu doen?' Hij keek naar de straat. Het was rustig, niemand was nog zo vroeg op. Het was zondag en niemand hier in de buurt ging naar de kerk. Het was nog maar kwart over acht. Hij zag het busje van de buurvrouw staan, ook zag hij zijn BMW. Als hij daarin zou rijden dan zouden ze hem zo kunnen vinden. Hij stapte over Frank heen en liep naar de buurvrouw.

De buurvrouw opende halfslaapend de deur. Ze was nauwelijks gekleed had ontzettend veel inkijk. Ze toverde een glimlachje op haar gezicht en vroeg gapend wat er aan de hand was. Thomas vroeg of hij haar bestelbusje voor een dag mocht lenen. Door de week reed zij voor een bezorgingdienst, die uiteraard niet op zondagen werkten. Ze stemde toe. Thomas had hem wel een paar keer eerder geleend. Ze had nooit gevraagd waarvoor, maar als ze hem terug kreeg ontving ze als dank altijd een stuk of tien MTV cd's en een volle tank. Hij bood haar ook steeds f250,-, maar dat accepteerde ze nooit. Wel zou ze het niet erg hebben gevonden als hij haar een keer gewoon mee uit eten had genomen. Maar het lef om dat te zeggen had ze niet. Toen ze haar sleutels uit haar jas pakte zag Thomas dat ze helemaal geen onderbroek aan had. Uit schaamte van dat alleen al opgemerkt te hebben keek hij in een andere richting met een steeds rooier (roder) wordend hoofd. Hij ontving de sleutels, bedankte haar en liep weg.

Hij reed het busje op zijn slecht verzorgde gazon. Nu sleepte hij eerst Frank naar binnen, in het busje. Hij haalde het pistool uit de holster en zette er de veiligheidspin weer op. Hij haalde het magazijn eruit en leegde de kamer van het pistool. Hij stopte het magazijn bij Frank in de riem. Nu tilde hij Femma op aan haar riem (op zijn schouders wou hij niet doen, want ze stonk heel erg). Ze was nog steeds niet terug. Hij deed hetzelfde met haar wapen maar legde de kogel en het magazijn voor haar neer. Hij keek nu wel uit met wat hij deed.

De agenten lagen daar nu beide voor pampus achter in het bestel busje. Hij stapte in en reed weg. Thomas had voor de zekerheid beiden geboeid met elkanders handboeien. Hij reed via Den Bosch (hij woont in Rosmalen) naar Eindhoven. Daar stopt hij bij een pompstation langs de snelweg. Hij tankt en koopt drie ijsjes. Rustig rijdt hij een stukje verder naar een zone waar men kon parkeren en even uitrusten voordat men weer verder reed. Het was inmiddels alweer tien over negen. Gelukkig was het er erg rustig. Hij stapte achter weer in om te kijken hoe het met de agenten ging. Nu de deur open ging kroop Femma van Frank naar achteren met haar rug tegen de wand achter de bestuurdersstoel. Ze keek angstig naar Thomas. Frank lag nog steeds voor pampus. Thomas ging naast Femma zitten. Ze dacht niet aan een poging om te ontsnappen. Ze was alleen bang dat Thomas nu wat met haar ging doen. Thomas pakte zijn ijsje uit en stak het in zijn mond. Het was een water ijsje. Hij scheurde die van Femma los en gaf het gebaar dat ze het vast moest pakken. Hij was even vergeten dat hij haar handen had geboeid. Hij hield haar ijsje vast en liet haar af en toe een stukje afbijten. Hij keek naar Frank. "Wat raar dat hij nu nog niet is bijgekomen" zei Thomas in gedachten. Hij propte het ijsje van Femma dieper in haar mond. Ze moest het even zelf "vasthouden". Thomas haalde zijn trui van zijn middel en legde het onder het hoofd van Frank. Aan het derde ijsje had hij nu niks. Daarom bond hij de trui maar om het ijsje. Misschien zou de verkoeling die het bracht wel helpen om Frank weer wakker te krijgen. Met een verbeten gezicht keek Femma Thomas aan. Het ijsje maakte haar lippen wel erg koud. Snel trok Thomas het weer uit haar mond. De verkoeling was haar wel te kostbaar om op de grond te laten vallen. In het busje was het wel erg warm. Wel zo'n 35 graden Celsius. De geur van haar urine was wel erg doordringend.

Nadat zij en Thomas het ijsje ophadden vroeg ze of Thomas misschien haar riem met wapen en alles af wou doen. Ze zei dat het haar pijn deed tijdens het zitten. Nu hij er aan werd herinnerd dat ze die dingen omhadden, haalde Thomas eerst de riem van Frank weg. Daarna droeg hij Femma op om horizontaal in het busje te gaan liggen. Hij had aan haar gebalde vuisten gezien dat ze gespannen was. Niet alleen van angst maar meer van agressie. Ze wou hem vast in zijn kruis schoppen als hij over haar zou hangen om de riem los te koppelen. Aangezien hij dan, als de trap lukte, voor zeker uit was geschakeld had hij dit trucje bedacht. Ze lag met haar hoofd links en haar bennen rechts. Voor de zekerheid knielde Thomas alleen maar met zijn linker knie. Op deze manier had hij zijn rechterbeen ter bescherming. Hij haalde de riem weg en merkte dat het ding erg veel naar urine rook. Voor Thomas was het tijd en hij besloot dat ze nu maar verder moesten.

Femma, nog kwader vanwege haar mislukte ontsnappingsplannetje, baalt. Ze had erg graag Thomas in zijn kruis geschopt. Haar partner had nauwelijks een hartslag, en ze achtte de kans op overleving erg klein. Haar alles of niets poging kreeg geeneens een kans. Thomas stapte uit en gooide de riemen, met wapens en al, in een afvalcontainer. Verderop zat een paar van midden vijftig rustig op een bankje te genieten van de zon. Ze hadden wel gezien er iemand wat zwarts weggooide. Van afstand leek het net kapot plastic, ze keken er verder niet naar en genoten verder.

De grenswacht van België was niet te zien. Ze waren er wel, maar ze waren bezig de lading van een Poolse vrachtwagen te controleren. De truck was oud en versleten. Wel had het verdacht nieuwe wielen, en leek de lading van blanco dozen met TV's erin wel verdacht. De rest van het verkeer werd door deze truck van hun volledige aandacht onttrokken, dus zo ook Thomas.

In Antwerpen stopte hij weer. Hij liep naar binnen bij een supermarkt. Het was de enige winkel die open was in de hele buurt. Dat zullen ze wel zo hebben geregeld. Hij had Duits en Nederlands geld bij zich. Gelukkig accepteerden ze beide. Thomas kocht een koelbox en een stuk of tien bevroren kippen. De kippen zouden worden gebruikt om de box koel te houden. Ook kocht hij een paar pakken bronwater. (Iedereen lust immers water). De caissière keek Thomas raar aan. Wie koopt er nu kippen en water? De koelbox was niet zo verwonderlijk, want iedereen wou een dagje weg met dit warme weer. Het ding werkte op 12 volt stroom en had een sigarettenaansteker aansluiting (die van in de auto). Hij had er nog aan gedacht om een korte broek en een t-shirt te kopen voor Femma. 'Maar hoe zou ze dat nou aan moeten trekken?' bedacht Thomas zich. Aan eten had hij geen behoefte. De spanningen hadden de omvang en vorm van zijn maag ernstig verkleind.

Inmiddels was de verdwijning van Hoofdagent Frank Verweij en beginneling Femma Kanua bekent. Er was een tweede patrouille naar Thomas zijn adres gestuurd. Het enige wat zij daar vonden was een afgesloten huis, en een bloedvlek op een van de grindtegels. Voor meer informatie gingen ze naar zijn buurvrouw. Zij vertelde, zij het na enige aarzeling, dat Thomas haar busje heeft geleend. Waar hij heen zou gaan was haar onbekend. Toen ze vroeg naar de reden van hun zoeken naar Thomas antwoorden ze alleen dat ze niet de vrijheid hadden om dat te zeggen. De agenten vroegen naar een beschrijving van haar busje. Snel nadat de agenten de nieuwe informatie door hadden gegeven aan de centrale werd het politieapparaat in een hogere versnelling gezet.
Snel werd er een huiszoekingsbevel gehaald en braken ze het huis van Thomas open. Daar vonden ze alleen een hoop spullen van elektronica. In de woonkamer was een geluidsweerkaatsende muur gemaakt. Dit ten behoeve van de 300 watt Dolby Surround Power Tower. Drie Bass-versterkers, en een legioen aan grote en kleine boxen.
Een kluisje lag geopend op de vloer, alleen papieren van verzekeringen en andere onbelangrijke dingen lagen er nog. De logische dingen die men erin zou stoppen waren verdwenen. (Dus geld, en paspoort etc.) Een grotere kluis die ze vonden in de gangkast was niet geopend; of open gelaten. Ze konden nergens de codes voor de kluis vinden en men besloot er een expert bij te laten halen. Deze expert zou van vakantie terug moeten komen, en dat duurde nog wel een dag. Voor de rest bleek dat Thomas meerdere amateurkampioenschappen had gewonnen van een onbekende sport.

Het stond op de plakkaten aan de muur. Budo Kan. De tekening op het plakkaat toonde een man die met het rechterbeen een beetje gebogen stond. De linker was opgetrokken tot een knie. De handen stonden in een rare positie, een beetje moderne dansachtige houding, zo leek het.
Niemand had gehoord van Budo Kan. Het leek niet gevaarlijk, het werd als "waarschijnlijke" oosterse dans of eventueel een verdedigingssport afgedaan. Het was niet iets wat als directe bedreiging werd beschouwd.

De bloedsporen werden herontdekt door een rechercheur en de agenten die dit simpelweg waren vergeten berispt. De status van Thomas ging van ontvoerder en in bezit van twee dienstwapens over naar de eerste twee genoemde gevallen plus de bonus van; gevaarlijk. Hij werd al beschouwt als gevaarlijk voor vrouwen, maar nu voor iedereen. Geen enkel uniform was meer heilig.

Het groot alarm werd geslagen. Men was bang dat de heer Thomas Alegiar was doorgeslagen.
Zijn leven werd even snel uitgepuzzeld. Het bleek dat hij tweemaal eerder was gearresteerd (en vrijgelaten) voor openbare geweldpleging. Beide keren had Thomas, naar eigen zeggen, zichzelf verdedigt tijdens een straatroof. Aangezien de personen die door hem waren overmeesterd een strafblad hadden van een halve meter werd hij snel weer vrijgelaten. Het werd Hoofd rechercheur Koensma duidelijk dat Thomas zich niet door zomaar iemand liet tegenhouden. Ook werd er ontdekt dat hij zes maanden bij een psychiater heeft gelopen. Aangezien er geen reden werd gegeven voor de bezoekjes aan den zielenknijper werd er maar direct aangenomen dat Thomas emotioneel instabiel was. Koensma dacht bij zichzelf; "Wie wordt er niet instabiel met al die maandverband reclames", kijkend naar een agente. Hij glimlachte even om zijn eigen grapje en concentreerde zich op de woorden van een rechercheur die wat anders in het huis had gevonden.

De prioriteiten van het onderzoek naar Thomas verschoven. Het schoof van de verkrachtingszaak naar ontvoering van 'medewerkers van het ministerie van Justitie'. Agenten dus. Duidelijk was ook dat er een van de agenten gewond was. Hoe ernstig was onduidelijk. Niemand was meer bezig met de verkrachtingszaak. Er was nog geen rechercheur aan toegewezen, en degene die moesten rapporteren dat de verdachte was aangehouden voor verhoor zijn aangehouden voor een zondagje uit rijden door de verdachte, Thomas Alegiar.

De grensposten aan alle grenzen met het buitenland werden op de hoogte gesteld. De faxen met gegevens over het busje rolden bij elke grenspost uit de fax rond om tien uur. Een van de grenswachters bij de post waar Thomas langs was gereden meende het busje gezien te hebben. Zijn jonge partner keek de oude man aan en zei dat hij het wel even door zou geven.
De jonge man liep naar de telefoon en hij pakte de telefoon op. Hij deed net alsof hij wat nummers intikte. Natuurlijk nam er niemand op, maar hij identificeerde zich (zonder enige reden, er was echt niemand aan de telefoon) en gaf door dat het busje hier was gezien. De reden dat hij dit deed was omdat als de oude man, zijn partner dus, in de krant las dat mensen dachten een UFO gezien te hebben, hij er ook één had gezien. Niemand kon weten dat het ook zo was, en dat hij ook deze keer weer gelijk had.

Thomas vond de situatie met Frank steeds nijpender worden. Hij wist niet meer wat hij aan moest met de nog steeds buiten bewust zijnde agent. Thomas liet eerst Femma wat uit een pak water drinken en ontfermde zich daarna over Frank. Het enige wat hij kon bedenken was om Frank te dumpen. Hij besloot Frank dan ook maar uit de wagen te laden bij een ziekenhuis. Thomas stopte er pal voor met het busje. Het Centraal Hospitaal Antwerpen. Voorzichtig laadde hij Frank eruit en reed weg. In zijn achteruitkijkspiegels zag hij dat er al iemand zich boog over Frank. Thomas keek er niet meer naar en dacht er niet meer aan. Hij reed zo hard als hij kon richting Charleroi (nog steeds België). Hij wou daar de grens over naar Charleville (Fra.). Als het goed is kon hij via de snelwegen van Frankrijk naar Luxemburg. Daar kon hij bij zijn geld reserves. Dan was hij binnen. Als hij dat maar haalde…

Aangezien het zondag was en de banken dus niet open waren moest Thomas zich ergens schuilhouden totdat hij kon vertrekken. In Charleroi haalde hij een voorraad warme saucijzenbroodjes uit een tankstation. Hij leverde er vijf af bij Femma en nam er vijf zelf. Thomas haalde Femma's handen achter haar rug vandaan, en boeide ze weer vast voor haar romp. De spieren van haar armen waren het al niet meer gewend, dat kon hij merken aan haar met pijn vertrokken gezicht. Ze zei niets, ze rook vreselijk en zag er doodmoe uit. "Die zal het naar haar zin hebben" dacht Thomas.

Femma had meer gegeten dan Thomas, waarschijnlijk omdat Thomas maar moeilijk tegen de geur van Femma kon. Thomas stapte weer voor in en reed verder. Toen hij door de bossen reed vlak bij Marienbourg kwam hij in botsing met een Belgische Boswacht patrouille. Thomas had niet veel van de botsing gemerkt, alleen dat hij zich weer even kon concentreren. Hij had alle aandacht weggegeven aan zijn toekomst. Hij bedacht dingen om te zorgen dat hij niet in de gevangenis moest, maar wat hij ook bedacht, niets bracht hem de uitkomst die voor iedereen goed afliep.

Het duurde even voordat Lumière du Caille doorhad wat er zojuist was gebeurd. Zij had net te hard gereden, zeker voor iemand van de Boswacht op patrouille, en was in botsing gekomen met een busje uit Nederland. Ze keek naar achteren. Daar zag ze haar arrestante, glimlachend en opkrabbelend van de snelle stop. Er was niks aan de hand met de jonge maar super dronken vrouw achterin. Lumière stapte uit en liep naar het bestelwagentje. De bestuurder van het busje lag voorover op het stuur. De manier waarop de man lag liet het lijken dat hij de andere kant opkeek. Ze kon niet zien of hij gewond was. Voorzichtig duwde ze de man achterover. Plotseling greep de man achter het stuur naar haar nek. Hij pakte haar slagaders en kneep ze keihard dicht. Weerloos viel ze op de grond.
"She went out like a light…"

Koensma krabde zijn kin, hij zat met een groot probleem. Waar was Thomas Alegiar? Er waren verscheidene bestelbusjes van het zelfde type als die van Thomas' buurvrouw gesignaleerd, maar geen bleek de goede te wezen. Inmiddels hadden twee van de 24 rechercheurs die op de zaak waren gezet uitgevonden wat Budo Kan was. Het was een zwaar kaliber gevechtssport, en er waren maar weinig mensen die het actief beoefenden. Niet zo goed dus voor de agenten. Verder waren ze nu zeker dat de agenten en/of Thomas niet hadden geschoten. Niemand in de hele buurt had schoten gehoord en nergens werden ook sporen van kruit gevonden. De kluis die in de gangkast stond was nog steeds niet geopend. De expert was er inmiddels bijgekomen, veel eerder dan verwacht. Aangezien werk voor de expert erg weinig voorkwam greep hij zijn kans schoon. De man heeft er een tijd naar gekeken en geluisterd. Het was niet van een type dat hij kende. Met enig laswerk moest het gevaarte open te krijgen zijn. Hij begon te lassen, dat kon nog wel een paar uur duren…

Koensma zat helemaal vast. Hij was wel meerdere dingen te weten gekomen over die Thomas. Hij was 27 jaar oud, geboren op 05-09-1979. Na basisschool, en middelbare school een HBO opleiding gevolgd. Daarna gerekruteerd voor de Informatie Technologie afdeling van de Marine. Daar werkt hij sinds het succesvol laten verlopen van zijn eindstage bij het hoofd bureau van de Nederlandse Marine. Volgens zijn collega's een keiharde werker die van werken echt geen ophouden wist. Projecten die hij leidde en/of aan meewerkte waren altijd voortijdig succesvol afgerond. Er was nauwelijks meer werk voor hem bij de Marine, daarom werkte hij freelance wanneer hij lange tijden zonder werk zat. Vaak genoeg werden hem aanbiedingen gedaan die eigenlijk niet af waren te slaan. Maar, volgens zijn collega's was Thomas erg gesteld op zijn rust als hij achtte dat hij het nodig had. Ook werd naar zijn hobby's gevraagd. Duidelijk werd dat Thomas in staat was iemand zo te knijpen dat de plek waarin geknepen was dagenlang pijn deed. Dit had hij gedaan toen men hem redelijk dronken had gevoerd toen iemand zijn verjaardag vierde. Niet, althans dat dachten de collega's (dat werd er expliciet bij gezegd), met kwade zin. Meer als amusement, om te tonen wat hij allemaal kon.

Via zijn vader vernam de politie dat Thomas een half jaar bij een psychiater hulp had gezocht vanwege opgekropte woede jegens een nabij wonende pedofiel. Thomas was zover bekend niet misbruikt, maar drie jongere kameraden van hem wel. Daarvan had Thomas in hun vriendschapsperiode (toch al snel zo'n vijftien jaar geleden) niets van gemerkt. Hij had heel lang met schuldgevoelens rondgelopen. Door simpelweg de pedofiel op te ruimen achtte Thomas zich in staat zijn geweten te sussen. Aan het einde van die zes maandenlange periode overleed de pedofiel nadat iemand hem aan had gereden en door was gereden zonder hulp te verlenen aan de rustig doodbloedende jonge (die zou nu 31 zijn) pedofiel op straat. De persoon die was doorgereden na het ongeval was nooit gevonden. De wagen wel. Het bleek gestolen te zijn in Den Helder, en werd teruggevonden in het water van een park in Den Bosch. Er was geen bewijs achtergelaten door de bestuurder. Volgens de politie was de aanrijding een ongelukje van de autodief. De Audi was immers een mooie auto om te jatten. Toevallig had het wel een lekker grote bumper. Thomas was nu zes jaar in dienst van de Marine. Zes jaar, die na dit gebeuren niets meer zouden betekenen.

Thomas was blij dat hij de boeien van Frank had gehouden. Nu had hij in plaats van 1 gegijzelde, 3 gegijzelden. En nog drie vrouwen ook. Als dit naar buiten kwam zou dit niet goed zijn voor zijn reputatie. Als hij die al had, dan was die toch al niet zo goed. "Pokke" mompelde Thomas weer. Hij wist niet wat hij nu moest doen. Het enige wat in hem opkwam was dat hij hier gewoon weg moest. Ergens compleet onverwachts. Dus in plaats van zijn koers richting Frankrijk, terug naar het noorden. Terug naar Nederland was geen optie. Dan moest hij gewoon een ander bos in België zien te vinden. Hij keek in de patrouille wagen. Daar vond hij verscheidene wegenkaarten en atlassen. Hij nam ze allemaal mee. De bumper van het busje lag op de grond. De nummerplaat van het ding lag ernaast. "Dat is niet zo prettig" merkte Thomas op. Hij stal alles wat los en vast zat van de wagen van het Staatsbosbeheer van België. Met touw knoop hij het nummerbord weer vast. Op deze manier waren de letters niet allemaal meer even duidelijk. Dit zou problemen kunnen veroorzaken, maar het kon niet anders. Er was geen andere optie. Hij nam de bumper mee, en stopte het achter in het busje. Dat werd nu wel redelijk vol. Drie vrouwen (eigenlijk vier, de vrouw van staatsbosbeheer telt voor twee), en nu een bumper als extra vulling.
De dronken jonge dame gaf aan dat ze er snel uit moest toen Thomas haar aan de kant schoof om de bumper er neer te leggen. Snel tilde hij haar op. Ze bleek erg licht te zijn. Ze had wel erg veel kleren aan voor dit weer. Buiten moest ze braken. Haar dronkenschap en de doordringende geur van urine waren haar iets teveel geworden.

Lumière, met haar handen op haar rug geboeid, probeerde weg te komen. Ze stapte, erg onhandig, uit het busje en probeerde weg te rennen. Thomas zag het gebeuren en kreeg een glimlach op zijn gezicht. Hij pakte de nuchterende vrouw op en hielp haar weer achterin. Hij gaf Femma de opdracht om zich om te kleden. Hij opende de boeien van beide dames en stopte de dingen onder zijn riem. Daarna sloot hij de deur van het busje en rende snel naar de verderop strompelende en hevig zwetende kolos. Ze was geen partij voor Thomas. Hij had haar snel ingehaald. Het enige wat Lumière en haar vrijheid in de weg zat was haar eigen lichaam. Ze was een paar centimeter groter dan Thomas, en minstens 10 kilo zwaarder. Thomas woog 's morgens 86 kilo, en Lumière toch snel 100. Het zweet liep met stralen langs haar gezicht. Toen Thomas met glimlach en al voor haar kwam lopen gaf ze het op. Ze liep rustig aan langzamer en draaide zich om. Nu liep ze weer richting het busje. Het beige uniform werd donker van het zweet. "Shit, gaat zij nu ook zo stinken" dacht Thomas. "Mannen met een zweetlucht O.K., maar vrouwen niet". Dat vond Thomas weerzinwekkend.

Thomas klopte op de deur van het busje. Hij riep of ze al klaar waren met omkleden. Dit keer antwoordde de nu redelijk nuchtere vrouw. Ze waren nog niet klaar. Blijkbaar vond ze het niet zo leuk dat ze haar kleren aan een onbekende moest geven. Ook was het niet zo leuk omdat ze zich eindelijk realiseerde wat er aan de hand was. Femma had niet zoveel gezegd, niks over Thomas. Beatrice had zich aan haar voorgesteld vlak voordat ze moest overgeven. Verbaasd had Femma hetzelfde gedaan, toen niet realiserend dat de vrouw beschonken was. Beatrice gaf Femma één van de vier shirts die ze aan had en een slobbertrui. Als broek kreeg Femma een van de twee korte broekjes die Bea droeg over haar spijkerbroek. Toen ze klaar waren riepen ze Thomas. Dat vond Thomas raar. "Je roept toch niet tegen je ontvoerder dat hij weer bij je mag komen?" mompelde Thomas. De met zweet overgoten Lumière liep aan zijn linker zijde. Balend als een stier, en ze zag er uit als een lopende lijk. Ze was wit, niet helemaal de warmte zorgde daar wel voor. Maar normaal wit was het niet.

Voorzichtig opende Thomas de deur aan de achterzijde van de wagen. Hij had toch wel weerstand verwacht. Maar in plaats daarvan kreeg hij, door Femma, een zeiknatte broek in zijn gezicht gesmeten. Van schrik trok hij snel het super riekende geval van zijn gezicht. De twee dames zaten achter in de wagen. Thomas deed de vieze kleren in een plastic tasje en gooide ze netjes in de afvalbak die voor troep bestemd was. Hij was de eerste die van het ding gebruik maakte. Tenminste zo leek het. De zak in de bak was nog leeg. Thomas liet Lumière instappen en boeide Bea en Femma weer vast. Deze keer werden ze aan elkaar gekoppeld. Als er iets zou gebeuren dan waren deze twee het gevaarlijkst.

Koensma's stalen zenuwen moesten nu wel erg goed hun werk doen. Tegen zijn superieuren moest hij echt zijn best doen om niet te negatief over te komen. Hij bracht alles zo positief mogelijk. Tijdens het rijden naar het hoofdbureau had hij erover nagedacht om gewoon niet meer te komen. Maar dat was wel erg simpel om te doen. Op het bureau verwachtte hij een standje van zijn bazen, maar die kwam niet. Dat vond hij aan de andere kant wel jammer. Als zijn baas begon te spuwen wat er allemaal wel niet goed ging bij zijn divisie kon Koensma altijd lekker terug kankeren. Dat kon dus deze keer niet. Een beetje teleurgesteld ging hij terug naar huis. Daar was niemand. Zijn vrouw had pasgeleden een echtscheiding aangevraagd.

Ze had diezelfde dag alles wat ze zich toeeigende meegenomen en was bij een 'kennis' ingetrokken. De kinderen dus ook. Nog nooit was hij onder het werk naar huis gegaan om te kijken hoe het daar was. Nooit eerder dan nu. Het huis was grotendeels leeg. Alleen het computertafeltje en toebehoren stonden nog in de kamer. In de keuken stonden de tuintafel en bijbehorende stoelen. Daarop stonden nog de drie kopjes met een bodempje koffie van de laatste drie dagen. Het mocht nog een wonder heten dat hij zich elke morgen had geschoren. Het was weliswaar routine, maar zijn vrouw moest hem er toch nog, tot voor kort, regelmatig op wijzen. Hij miste zijn vrouw. Natuurlijk ook zijn kinderen, maar vooral zijn vrouw. Zij was altijd degene die rustig luisterde naar wat hij te vertellen had. Van zijn kinderen had hij het afgelopen paar jaar niet veel gezien. Af en toe waren ze met zijn allen een weekje weg geweest, maar veel deed hij dan niet met zijn kinderen. Hij ging 's morgens in zijn luie stoel zitten en kwam er dan niet meer uit behalve als ze uit gingen eten of als ze gingen slapen.

Hij stapte weer in zijn Volvo en reed weg. Op de snelweg van Den Bosch voegde hij uit richting Den Bosch-oost. Rechts naast hem voegden auto's uit om richting Den Bosch-noord te gaan. Daar zag hij tot zijn grote verbazing zijn gezin in een Peugot zitten. Zijn vrouw had een glimlach op haar gezicht. De man achter het stuur ook, en de kinderen achterin vermaakten zich met hun strips en walkmans. Hij volgde met zijn ogen de wagen totdat deze voor het stoplicht onder aan de uitvoegstrook tot stilstand kwam.
Hij reed door een rood stoplicht en werd vol in de flank geraakt door een truck. De truck ging vol in de ankers en kwam tot stilstand nadat het de Volvo vijf meter verder had gesleept. Koensma kroop door de, met zijn hoofd kapot geslagen, voorruit. Toen hij zijn voeten op de grond zette en verder wou lopen naar het bureau, zakte hij in elkaar…

Thomas zette met het busje koers voor de bossen in het noorden van België. Daar waren niet zoveel bossen maar hij had op één van de kaarten van Lumière een geschikte gevonden. Het lag vlak bij Diest (België).
Het was inmiddels al twee uur geworden toen ze rustig aan het begin van het bos inreden. Dit keer lette Thomas meer op voor racende patrouilles van het Staatsbosbeheer. Niemand was er te zien. Rustig reed hij naar het midden van het bos. Hij zette het busje op een beschutte plek en stapte uit. Uit de kampeertassen van Bea haalde hij wat te eten. Hij opende de deuren en bracht hen het voedsel. Gretig aten ze het op. De drie vrouwen waren rustig en doodop. Thomas besloot hen te laten rusten. Hij wist toch niet wat hij of zij anders moest doen. Toen het rustig donker begon te worden rond tien uur waren de twee gekoppelde vrouwen tegen elkaar in slaap gevallen. Lumière kon niet slapen, al zag ze er duidelijk doodmoe uit. Toen Thomas vroeg wat er aan de hand was zei Lumière dat ze zichzelf in de weg zat. Thomas zei eigenlijk zonder reden, hij kon zich goed voorstellen dat Lumière zichzelf in de weg zat, dat er niks zou gebeuren en dat ze rustig kon gaan slapen. Thomas haalde de slaapzak van voren en gaf het aan haar. Het was de enige slaapzak die er was. Thomas sloot de deuren onder het motto dat hij ook maar eens moest gaan rusten.

De volgende morgen werden de dames alle drie schommelend en wiegend wakker. Aan het einde van de laadruimte van het busje lag wat brood en fruit plus twee pakken water. De pakken waren nog koud en dus nog niet zo lang buiten de koelbox. Lumière keek op haar horloge, het was la kwart over negen.
Verbaasd dat ze zo lang had geslapen onder deze omstandigheden begon ze aan haar eten. Femma, nu met de eau de cologne geur van Bea, verdeelde het brood en het fruit. Nu begon Bea zachtjes te mopperen. Ze was niet zo blij dat eerst haar gratis kampeerweek werd onderbroken door een over actieve booswicht (boswachtster) en nu aten ze ook nog haar voedsel voorraad op.
Femma was stil. Zij was de enige die 'alles' van Thomas af wist. Voor het zelfde geld werden ze nu naar iemand gereden die ze weer ergens, aan iets of aan iemand doorverkocht. Aan het begin van het bos stopte Thomas weer. Nu voor een sanitaire stop. Hij laadde ook de drie dames uit. Hij zat even te denken hoe hij dit nu moest doen. Lumière moest de andere twee helpen, dat was duidelijk. Maar hoe kan hij dan controleren of ze wegliepen of niet. Thomas liet ze alle drie synchroon tellen. Op deze manier kon hij aan hun stem volume horen of ze weg liepen of niet. Na vijf minuten waren de drie dames gereed. Ze hadden elkaar wel aangekeken om via oogcontact te overleggen wat te doen. Maar ze wisten dat, nu ze alle drie aan elkaar waren gekoppeld, geen schijn van kans hadden. Thomas reed met het maximum toegestane snelheid naar Luxemburg. Daar haalde hij snel heel veel geld op. Terwijl hij weer uit de bank liep schoten de gedachten dat vluchten geen enkele zin had door hem heen.

Hij bedacht dat zijn toekomst altijd onzeker zou blijven. Nooit zou hij lang op één plek kunnen blijven. Hij kon niet vluchten naar een Zuid-Amerikaans land, want hij wist niet hoe hij er zou moeten komen. Thomas reed weer terug naar België. Weer zonder problemen bij de grens overgang. Thomas zou, als hij grenswachter zou zijn geweest, elk busje zonder voorbumper hebben aangehouden. Maar het gebeurde niet. In de bossen van Diest laadde hij alle dames uit. Hij boeide nu Bea en Lumière samen om een boom. Beide met handen naar achteren. Hij nam Femma apart. Samen liepen ze honderd meter verderop. Thomas vroeg aan Femma wat nu precies de aanklacht was. Femma herhaalde de aanklacht. Thomas wist wel dat hij het niet gedaan had, maar dat zeggen had geen enkele zin. "Wie heeft die aanklacht ingediend?" vroeg Thomas aan de steeds banger wordende Femma. Femma dacht dat als ze teveel zou zeggen dat Thomas misschien wel boos zou worden. Ze vertrouwde Thomas nog steeds niet. Toch antwoordde ze op de vraag van Thomas. Liever had ze de waarheid verteld. Maar om zich toch een beetje aan de wet te houden zei ze dat ze dat niet wist. Ze loog wel, maar Thomas kon dat niet weten. Thomas commandeerde, duidelijk in strijd met zijn woedde, om alles van het begin te vertellen. Thomas was woedend vanwege zijn onmacht tegen de beschuldigingen. Boos op zichzelf vanwege het simpele feit dat hij vluchtte. Eigenlijk om niets. Thomas was wel niet met zuivere zaken bezig, maar nu hij er over nadacht was de politie, als hij gewoon mee was gegaan, er nooit achtergekomen. Hij handelde in illegale CD's. En niet in zulke kleine aantallen ook. Hij kon zichzelf wel voor zijn eigen kop slaan zo stom vond hij het.

Femma begon te vertellen. Ze wou haar leven zo lang mogelijk rekken dus zocht ze de minst kwetsende bewoording. Daar was ze ook voor getraind. Op zondag morgen 600 uur kwam er een aanklacht binnen. De vrouw die de aanklacht indiende kende haar verkrachter en was hevig toegetakeld na de man zijn daad. Aangezien ze de wonden had om haar situatie aan te tonen werd, alles genoteerd. Ze wist het adres van de man. Het was daar gebeurd. De vrouw kon wegkomen toen de man in slaap was gevallen na zijn vermoeiende daden. "Wat was het adres?" vroeg Thomas, hopende dat ze Leliestraat 84 zou zeggen. Daar woonde ook een man. Zijn buurman was een commando en die achtte hij in staat tot het doen van rare dingen. Tot zijn schrik zei ze Leliestraat 82. Daar woonde hij wel. Rustig vertelde ze verder tot het punt waar zij en haar partner, Frank, voor de deur van Thomas stonden.

Om zijn geweten een beetje te sussen en Femma moed in te spreken zei Thomas dat waarschijnlijk alles wel goed was met Frank. Femma had wel door dat Thomas nu wel vatbaar was voor dingen. Ze probeerde het toch voorzichtig, ook al zei alles in haar hoofd dat ze de man met rust moest laten. "Als jij je aangeeft wordt je straf niet zo hoog" zei Femma met een stem die ze zoveel mogelijk op een gewetensstemmetje wou laten lijken. Ze zag dat Thomas ver weg was in gedachten. Thomas zei na vijf minuten: "Ik ben niet schuldig aan verkrachting…". "Het was stom van mij om te vluchten". "Ik ga nu zorgen dat ze me niet meer zoeken". Hij pakte Femma op en liep met haar van het busje af. Dit was niet wat Femma had verwacht. Ze was nu erg bang dat ze nu naar haar einde liepen. Het enige wat over haar lippen kwam was een angstige en ijzige "NEE!".
Dit trok Thomas weer terug naar de realiteit. Hij had niet eens door dat ze de verkeerde kant op liepen. Hij draaide zich om en zei: "Oh, sorry". Hij was net in gedachten bij het gedeelte dat heel Nederland zijn verontschuldigingen aanbood. Snel liepen ze terug naar het busje. Ze stonden nu alle vier bij elkaar.

Thomas opende nu alle handboeien. Hij vertelde hen dat hij zich over ging geven. Een zucht van opluchting kwam van Lumière. Hij bood de twee dames aan om ze terug te rijden naar de plek waar hij ze vandaan had gehaald. Dit wilden ze beide niet. Bea baalde een beetje. Nu was, volgens haar, haar spannende avontuur al afgelopen. Ze had geen enkel benul van al het gevaar dat ze had kunnen lopen. Thomas gebood iedereen in te stappen. Met zijn vieren zaten ze nu voorin. Het was wel krapjes, vooral met Lumière, maar het wou wel. Om kwart over elf kwamen ze bij de Belgisch-Nederlandse grens aan.

Het was dezelfde overgang als ze gebruikt hadden om België in te komen. De oude man stond bij het controle punt. Zijn jonge partner stond verderop met een mooie vrouw te praten. Hij 'plaagde' mooie vrouwen wel eens vaker door uitvoerig hun voertuig te controleren. Hij controleerde ze ook graag op het feit of ze wapens op hun lichaam hadden. De oude man zag het nummerbord en het busje. Hij wist zeker dat dit het busje was dat gezocht werd. Bovendien was het verboden om met zoveel mensen voorin te zitten. Het was een drie-zits busje.
Hij zag Thomas en de vrouwen. Thomas zag de man ook. Thomas keek diep in de ogen van de man. Lumière die nog steeds het uniform van het Staatsbosbeheer droeg, stak haar duim op. Het had geen invloed op de beslissing van de oude man. Hij wuifde het busje door. De enige reden die hij had om dat te doen was om zijn eigen partner dwars te zitten. Hij had in zijn rapport gezet welke stunt zijn jonge partner met hem had uitgehaald. Het gaf hem niks dat hij hen doorliet. Over een week ging hij met pensioen. En dat konden ze niet meer van hem afnemen. Officieel was hij al met pensioen, er was simpelweg nog geen vervanging gevonden.

Bij Eindhoven besloot Thomas dat het verstandiger was als hij in boeien naar het politiebureau werd gebracht. Hij remde de wagen af en parkeerde het op de vluchtstrook. Hij liet Femma uitstappen en wou haar de boeien geven die hij nog steeds bij zich had. Achter hen stopte, met licht gierende banden, een blauwe Opel. Het was een 'stille' wagen van de politie. De wagen had het busje al vanaf Valkenswaard gevolgd. De chauffeur stapte uit en legde met zijn pistool aan. Thomas schrok, en zag in de ogen van de agent de pure woedde die hem motiveerde. Thomas duwde Femma in een reflex aan de kant. Hij wist dat hij geschoten zou worden. Als in slowmotion werd Thomas voor de ogen van Femma ruw naar voren geduwd. De kogel had hem in de rug getroffen. Thomas' hoofd raakte het asfalt hard.

In allerijl werd Thomas samen met Femma, naar het Ziekenhuis van Eindhoven gereden. Thomas was in coma geraakt.

De zaak tegen Thomas werd nu verder onderzocht. De vrouw die de verkrachting aan had gegeven en halfdood was geslagen door één en dezelfde man was daadwerkelijk verkracht en geslagen. Toen ze bij Thomas ging kijken om de man te identificeren, schrok ze van zijn toestand. Hij was nog verborgen achter het gordijn, maar alle machines die Thomas in leven hielden waren indrukwekkend. Ze had haar verkrachter veel slechte dingen toegewenst. Maar op deze manier leven zou ze niemand toewensen. Toen het gordijn werd opengetrokken, schrok ze nog meer. Dit was de man die haar had verkracht helemaal niet!

De politie stond voor een raadsel. Wie was dan de man die haar had verkracht?
De agent die Thomas had neergeschoten was eerst trots om het gedaan te hebben. Ooit was ook zijn zus verkracht. Haar verkrachter ontkwam zijn straf door een vormfout van Justitie. Alle woedde, haat en nijd waren bij hem bovengekomen toen hij Thomas zag. Nu lag daar een hulpeloze verlamde man, niet degene die de walgelijke dingen had gedaan. Thomas' buurvrouw kwam met rode ogen binnenlopen. Ze moest weten of Thomas wel had gedaan waarvan hij was beschuldigd. Niet dus. Ze barstte in tranen uit. Femma die ook wilde weten of Thomas het nu wel of niet was, troostte haar en had erg veel moeite om haar eigen tranen in bedwang te houden. De verkrachtte en gemolesteerde vrouw werd in een patrouille auto van de politie meegenomen door de Leliestraat. Daar bleek dat 82 niet het huis was waarvan ze 'ontsnapte'. Ze reden verder. De vrouw zat op de achterbank. Nu zag ze dat de 82 in haar ogen de 28 vormde. Haar mond viel open van haar eigen ontdekking. Als dat zo was dan had ze in haar achteruitkijkspiegels niet 82 gezien maar 28! De wagen reed verder de straat in. Bij nummer 28 stopte de wagen. Een man keek net toevallig uit het raam. De vrouw herkende hem…. "Dat is hem!" riep de vrouw. The agenten stapten uit en renden naar het huis. De man achter het raam was bevroren. Hij wist niet wat hij gedaan had. Hij was dronken toen hij de dingen deed. Het politieonderzoek wees zijn kant op. Hij had het gedaan. Dat was zeker.

Daar zit Thomas nu. Op nummer 80 in de Leliestraat. Hij heeft een glimlach op zijn gezicht. Het speeksel druipt van zijn gezicht. Hij kan niet praten. Zijn armen kan hij niet meer bewegen, evenmin zijn benen. Van grote stevige man, tot zielig uitgemergeld kasplantje. Er is geen enkele hoop voor hem. Zijn hersens zijn teveel aangetast. Zo is het, zo blijft het.

-#End#-

Dit verhaal is 'vrij' nageschreven. Het 'originele' was een examenopstel voor HAVO van Jacob Warris op 15 mei 1996. Het was een klote opstel. Ik had niet de tijd en de ruimte om mijn verhaal de vrije loop te geven. Geplande lengte was 8 bladen. Uiteindelijk dus 14 geworden. (opstellen moesten onder strikte regels worden geschreven)

Voor de duidelijkheid. Nederlands is een klote taal.