Buiten is het pokke weer, geen weer om buiten bij te wezen.
Over twee uurtjes mag ik even weer naar buiten, nu nog niet. Bij mij is het lekker warm, ik schat zo'n 22 graden. Ik kan lekker mijn eigen kamer temperatuur regelen. Over twee of drie minuten krijgen we onze post. Ik hoop dat ik veel kerst kaartjes krijg. Het is tenslotte al 24 december. Mijn kerstboompje staat er schattig bij, hij is maar dertig centimeter, maar dat drukt de pret niet.
Mijn buurman heeft ook een boom, maar die is wel 1 meter 80. Zijn kamer is daarom ook grotendeels vol. Hij heeft al negentien kaartjes gekregen. Hij zingt de hele dag kerstliedjes. De kaartjes zijn van al zijn familie leden, behalve van zijn schoon ouders. Die heeft de dood van hun dochter nooit kunnen verwerken.
Mijn kamer is niet zo versiert als die van hem. Mijn kamer is een beetje grijs. Aan de muur hangt een foto van Tatjana. Die kreeg ik bij een krat bier. Dat bier heb ik niet opgedronken, maar de poster heb ik zelf wel gehouden.
Mijn andere buurman heeft filmnet. Dat kunnen ik en de mijn andere buurman niet betalen. Je hoort hem af en toe een keer lachen, dan zijn er vast lachfilms op de buis. Het enigste wat ik kan ontvangen is Nederland 1, 2 en 3. Ik kijk af en toe uit pure noodzaak naar de EO. Want dan is er verder niks op de buis. Ik heb nu mijn tv ook op de EO afgestemd, ze zingen kerstliedjes daarzo. Ik en mijn linker buurman (zonder filmnet) hebben beide de tv op volle volume staan. Mijn buurman kent elk liedje dat ze uitzenden. Ik ken er maar een. En om eerlijk te wezen weet ik de naam er niet eens van.
Tja, vrienden........... Die heb ik nu niet meer. Eerder wel, toen hadden we veel lol samen. We konden allen zeer goed met elkaar overweg. Menig dingen deden we met ons allen. Als we geld nodig hadden, gingen we samen op stap om het te verwerven. Het was wel niet legaal wat we deden, maar in het begin was het niet zo erg. We liepen met ons allen door hartje Amsterdam. Daar als we iemand tegen kwamen overvielen we die en namen alle waardevolle spullen mee. Dat hielden we een hele tijd vol. Ongeveer een jaartje. Daarna begonnen twee van mijn kameraden een dure manier van vertier te gebruiken. Dat was zo duur dat we aan simpele overvallen op mensen niet konden "leven". Daardoor werden onze overvallen gepland. We gingen voor het eerst een pompstation overvallen. Dat ging redelijk goed. De buit was groot, en het was simpel omdat ze verzekerd waren tegen dit soort criminaliteit.
Alles ging goed totdat ook mijn andere twee vrienden over gingen op het dure vertier. Drugs, het bleek later de beginner van al het kwaad. Onze definitie van een avondje plezier koste ons al gauw 2 tot 4 duizend gulden per avond.
De buit was per station ongeveer 5 tot 11 duizend. Die elf overkwam ons maar een keer trouwens. Die overvallen liepen perfect. Alles ging altijd zoals gepland. Ik was degene die alles plande. Ik schatte de respons tijd van de politie. Als het onder de negen minuten leek (ik wist het uiteraard nooit zeker) dan deden we die pompstation gewoon niet. Een keer hadden we gewoon pech. Het liep uit op een schiet partij met de te snel gearriveerde politie auto. De wagen was er al na drie minuten.
De blauwe sukkels waren zo dom om door te rijden tot de deur van het gebouw. In de auto die voor het gebouw stond zat ik te wachten. Ik was zo geschrokken van de politie dat ik niks kon doen. Ik was gewoon bevroren op dat moment. Binnen stonden mijn vier kameraden. Die hadden natuurlijk ook de politie opgemerkt. Twee kwamen naar buiten, en begonnen zomaar te schieten. Ze waren onder invloed van drugs en alcohol. Ik dronk nooit en snoof ook nooit. Daardoor was ik altijd beschikbaar voor transport. Ik zorgde ook voor het materiaal waarmee alles werd gedaan. De pistolen en geweren, en later ook de kogelvrije vesten en de uzi's.
De twee begonnen dus te schieten. Ze hadden beide een jachtgeweer, dubbel-loops. Ze schoten hun geweren leeg op de auto waar de twee agenten nog inzaten. De kogeltjes gingen dwars door de ruiten heen en vermoorde de bestuurder van de auto. De ander werd zwaar gewond, maar had nog de kracht en drang om haar pistool te pakken. Daarmee begon de agente ook terug te vuren, ze raakte niks. Alle kogels die ze afvuurde in haar pijn en verwardheid, misten de twee jongens. De kogels raakten alleen de ramen in het pompstation-gebouw. De pompbediende, werd geraakt door het rond vliegend glas. De jonge man liep een slagaderlijke bloeding op in de hals. Het bloed spoot er met liters tegelijk uit. Het was een verschrikkelijk gezicht. Terwijl de eerste twee snel hun geweren herladen, liep nummer drie met hoge snelheid naar buiten. Hij sprong gewoon door het kapotte raam naar buiten. Hij liep snel naar de auto, het pistool van de agente weigerde dienst toen ze het op nummer drie mikte. Hij hief zijn pistool tot haar hoofd hoogte. Hij richtte op haar slaap en haalde zonder aarzelen de trekker over. Ik volgde elk gebeuren, ik zag alles. Haar hersens spatte gewoon door de auto heen. Het was eng om te zien. Mijn hart klopte op volle snelheid voor de eerst komende drie uur. We reden met de grootste buit die we ooit bij pompstations hadden verkregen weg.
We reden met een gestolen auto terug naar ons huis. Niemand zei wat tegen elkaar. Ik zette mijn vrienden af bij Links zijn huis. Links was degene die koel en bloedig de vrouw had afgeschoten. Ik werd getroffen door nieuwsgierigheid. Was de vrouw getrouwd? Wie liet ze alleen achter? Misschien had ze kinderen? Die gedachten brachten het angst zweet in mijn handen. Ik reed twee keer zo hard als ik normaal reed. Gelukkig was het nacht en reed er niemand als tegenligger. Ik haalde twee auto's in met grote snelheid. Ik keek niet achterom of er ook iemand mij volgde. Ik keek niet vooruit, of er ook tegenliggers waren. Ik was verzonken in gedachten, alleen denkend aan de twee die we net om zeep hadden geholpen. Ik parkeerde de auto in Arnhem en nam de trein terug naar Amsterdam. In de trein was ik verwonderlijk in slaap gevallen. Ik had een moment gedacht dat ik nooit meer kon slapen na dit voorgeval. In Amsterdam werd ik op de bon geslingerd door de conductrice. Dit omdat ik vergeten was om een kaartje te kopen. Iets wat ik nog nooit eerder vergeten was, behalve nu dus. Op het perron stonden Links en Miss op me te wachten. Miss was samen met mij de enigen geweest die niet hadden geschoten. Miss was echt zenuwachtig, maar Links stond met een demonische glimlach te wachten tot de trein stil stond. Hij had nog wat wit spul in zijn snorretje hangen. Miss had een bloedneus gehad. Dat kon je zien omdat hij steeds om de twee seconden een zakdoek op zijn neus drukte. Hij had vast te hard gesnoven.
Miss was blij mij te zien. Ik was wonder boven wonder verschrikkelijk rustig. Het dutje deed me blijkbaar goed. Miss pakte me anders dan ooit vast. Alsof hij iets kwijt moest maar het niet kon uitdrukken in woorden. Maar zijn gezicht sprak boekdelen. En dit boek was meer dan duizend pagina's dik. Ik toverde een lachje op mijn gezicht. Ik snap nog steeds niet hoe ik dat kon.
We liepen gezamenlijk terug naar Links zijn huis. Daar aangekomen waren de anderen bezig met de vrouwen die ze hadden laten komen. Normaal zou ik ook mee hebben gedaan, maar eenmaal in huis zakte al mijn moed in de schoenen.
Ik deed mijn schoenen uit en liep direkt naar de kast met de alcohol. Nog nooit eerder had ik alcohol gedronken, maar die nacht dronk ik alsof ik dat al jaren deed. En dan liters per dag.
De volgende ochtend werd ik met een barstende koppijn wakker. Ik liep toen nog naar de keuken om een aspirine te pakken. Toen ik weer terug kwam in de kamer, zag ik dat de deur van de buffetkast openstond.
In die kast had ik de uzi's en vesten gestopt. Die had ik een keer gekocht van een verre familielid uit het leger. Die werd weliswaar twee weken naar overname van de goederen opgepakt, maar niemand kraaide ooit naar de spullen die ik had. Daar was ik toen een hele week voor thuis gebleven. Ik had mijn tas al gepakt. De tas met spullen die ik zou meenemen voor in de gevangenis.
In de kast hing alleen nog een vest en een kafelnikov-geweer. Dat geweer was een apart apparaat. Ik was de enige die met dat ding overweg kon. Ik kon het snel ontladen en herladen. Ik had voldoende munitie kunnen bemachtigen op de zwarte markt. Kisten vol stonden boven. Zeven kisten met munitie voor de uzi's en 5 voor de kafelnikov. Ik liep snel naar boven en zag dat een van de uzi kisten was geopend. Ik zag tot mijn schrik dat de kist half leeg was. Om dat spul mee te slepen, heb je een grote boodschappen tas nodig.
Later bleek dat de jongens, stijf van de cocaïne, een supermarkt hadden overvallen. Ze waren wel handig genoeg om dat niet in Amsterdam te doen. Ze waren helemaal naar Zwolle gereden. Ook in de winkel waren doden gevallen. Ze hadden een van de winkelbedienden doorzeefd met kogels toen hij probeerde Miss tegen te houden. Miss, ook stijf van de coke, vergreep zich aan een van de klanten. In krant verscheen later dat de "heldhaftige" maar domme jongen 234 kogels in zijn grote lichaam had. Om zoveel kogels in een persoon te krijgen heb je heel wat tijd nodig. Dat omdat er maar 100 kogels in het magazijn van de uzi kunnen. De groep van vier had zich in tweeën gesplitst.
De enne twee ging voor in de winkel, en de anderen hielden het personeel en de klanten achterin "rustig". Bos en Miss waren dus achterin.
Links en Huizinga waren voorin bezig. Zij zorgden dat ze het geld uit de kluis in het kantoor kregen. We hadden toen erg veel "geluk". Het was de dag dat er geld werd opgehaald door de geldwagen. Maar aangezien alles 's morgens gebeurde was de wagen nog niet langs geweest. De buit wasomen nabij de honderdduizend gulden. Ik kreeg eenderde van het geld. Waarschijnlijk omdat ze niet zuiver konden denken, maar het werd toen aan me gegeven onder het mom van het genie. Ik was degene die al het wapentuig aan de man had gebracht. Van het geld heb ik mijn ouders getrakteerd op een vakantie. Ik de dag voor dat ik het hun gaf, mijn zussen gevraagd om een bijdrage. Zij gaven me in totaal f250,-. Dat dekte de kosten niet eens voor een twintigste, maar dat gaf mij natuurlijk niets. Ik was blij dat ik mijn ouders het plezier kon doen. Voor het eerst in mijn leven, voelde ik mij rijk. Ook al was het bloedgeld. Ik was er immers niet bij geweest. Misschien wilden ze daarom wel niet het geld, en gaven ze me daarom zoveel. Het kan me nu niet meer schelen. Ik ben toch ten dode opgeschreven.
We werden nooit eerder gepakt, omdat ik had gezorgd dat we onherkenbaar bleven. Ik zorgde voor de handschoenen, schoenen (met valse maten, en lood in de neuzen), en natuurlijk de bivakmutsen. Ik had de spullen massaal ingekocht. Alles via de zwarte markt. Met het materiaal geld (een potje dat ik bedacht had) kocht ik meer materiaal. Ik kocht een lens voor mijn kafelnikov, handgranaten voor Miss. Een rambo mes voor Links, en een mooie Dirty Harry pistool voor Bos. De magnum .348 voor Bos was zeker het duurste cadeau, maar ook het mooiste.
Toen ze terug kwamen, zat Miss onder het bloed. Het bloed was afkomstig van Hero-boy. De jongen van de supermarkt, had toen hij de eerste salvo kogels ontving zich aan Miss vast geklampt. Ze hadden elkaar recht in de ogen gekeken voordat de jongen op grond viel. Miss had van schrik zijn uzi leeg geschoten in de jongen. Hij herlade snel en tijdens de tweede salvo kon Bos hem tot rust brengen. Bos was het meest koele, als hij high was. Ik heb het idee dat hij de enige was die alles wat hij tijdens deed, meende.
We "leefden" een week met het geld dat we binnen hadden verkregen met de roof. Daarna was onze cash op. En we hadden het dringend nodig. Miss was verslaafd geraakt aan de coke en drank. Hij kon niet zonder. Als hij niet had gesnoven en een liter rum opgedronken had, kon hij niet zijn wapen vasthouden. Miss heeft mij vertelt dat hij dat moment in de supermarkt nooit zal vergeten. Ik ben eigenlijk de gekke hier. Ik, degene zonder de invloed van alcohol en drugs. Als ik wou kon ik zo weglopen. Ik zou mijn mond houden, en ze hadden nooit naar mij omgekeken. Zoveel vertrouwden ze mij wel. Ik zou nooit iemand verraden. Maar zo gek als ik ben, ik bleef.
We begonnen de "doom" dinsdag met de voorbereidingen. Voorbereidingen om een bank te kraken, en overvallen. De bank lag aan de grens met Duitsland. Om precies te zijn in Venlo. De grenswisselkantoor daar. Als wie die klus hadden geklaard, gingen we met al onze hebben en houden naar België. Om daar alles snel om te wisselen en dan terug te keren. Mijn plan was om alles om te wisselen in het zuiden van België. Zodat het net leek alsof we naar Frankrijk trokken. Ik had Kortrijk in gedachten. Dan waren we, als het nodig was, binnen een uur in Lille. Dan was Frankrijk weer een aantal criminele inwoners rijker. Toen, en nu nog eigenlijk, leek het mij dat we niet zouden opvallen. Het was niet onze originele idee om door te rijden naar Lille. Maar mocht het toch nodig zijn dan deden we dat.
Mijn, en later ons, idee was om na omzetting van al het geld terug te rijden naar Nederland. Maar dan niet via Maastricht, onze vluchtweg, maar via Bergen op Zoom. Niemand zou ons opmerken als we over die route konden rijden.
Jammer genoeg kwam het nooit zo ver. We kwamen om half vier aan in Venlo. We stapten uit voor het wisselkantoor. Bos en Miss namen nog een laatste snuif. Links was aangeschoten en Huizinga was stil. Hij was dat altijd als hij van deze wereld was. Ze spanden hun wapens. Gezamenlijk liepen ze richting het gebouw. Ze waren zo'n twintig meter van het gebouw verwijderd. Ik reed verder met onze wagen. Ik stopte voor het gebouw en stopte de motor.
Ik wachtte rustig. Ik zag dat ze achter de wagen langs liepen. De duur ging automatisch open. Eenmaal binnen, hieven ze hun wapens. Huizinga begon gelijk te schieten op de krijsende vrouw die achter de help-balie stond. De vrouw werd ver naar achteren geduwd door de kracht van de inslaande kogels. Haar levenloze lichaam belande uiteindelijk in de ruit. Haar lichaam vormde en vulde de deuk die in het raam was ontstaan. Het bloed van haar liep gutsend naar buiten en drupte op de vloer. In de commotie die ontstond, sprong nog een dame op uit haar stoel en probeerde langs Links te komen. Die bedacht zich geen moment en pakte zijn mes. Die belandde uiteindelijk in haar strot. De vier mannen stonden alle vier op een rij. De wapens richten ze op meerdere doelen. Iedereen was rusteloos. Bos, kreeg waarschijnlijk dat met minder mensen het minder druk zou worden. Hij liep naar de twee mensen die op de vloer lagen. Hij ging zonder reden op de man staan. De vrouw slaakte een kreetje van angst. De man had het duidelijk moeilijk met het gewicht van Bos en zijn wapens. Bos pakte zijn pistool uit zijn holster, en richtte het op twee dames die samengedrukt tegen de muur stonden.
Hij haalde snel de trekker over, en herhaalde die actie verscheidene malen. De pistool klikte een paar keer, pas toen kwam Bos weer terug in deze tijd. Hij zag het bloed van de muur lopen, en nam toen zijn zonnebril af. Hij had met bloeddoorlopen ogen. Hij keek even versuft naar de lijken van de vrouwen. Toen pas kreeg hij weer grip op zichzelf. Hij stopte zijn pistool weer terug in de holster en liep richting de kluis. Huizinga pakte elke telefoon, en rukte alle draden eruit. Het hele gebouw was doorzichtig. Verscheidene mensen die op het aanliggende parkeer terrein stonden, renden weg. Anderen bleven van angst en schrik staan.
Alles wat ik zag, nam ik op. Het was alsof er een film voor me werd afgespeeld. In slow-motion, en ik had geen enkele invloed op de dingen die gebeurden.
De politie reageerde snel, te snel. Later bleek dat het hoofdkantoor ervan, vierhonderd meter verderop lag. Nu sla ik mijzelf voor mijn kop. Ik had toen veel meer tijd moeten besteden aan voorbereidingen. Voor dat ik het wist stonden er vier auto's met agenten klaar. Ze stapten allemaal uit en zochten dekking achter hun wagens. Als ik had blijven staan op de plek waar ik mijn kameraden had uitgelaten, dan had ik ze een voor een kunnen afschieten. Ik pakte mijn kafelnikov met lens en richtte op een argeloze jonge agent. Ik zag aan zijn gezicht dat hij het spannend vond. Ik zei tegen mijzelf, dat hij het verdiende te weten hoe lood zou smaken. Ik richtte op zijn mond en haalde de trekker over. Door de lens zag ik zijn bloed als een verfbom wegspatten. De andere agenten schrokken zich rot. Er dook er een weg. Hij stond daarvoor helemaal links in mijn gezichtsveld. Ik heb hem in al die tijd erna niet weer gezien.
Ik schoot, om aandacht te krijgen, een ruit in het gebouw kapot. De anderen zagen toen ook de agenten. Miss werd gemaand om zijn granaten af te geven. Bos nam ze over. Hij liep naar buiten, legde rustig zijn geweer neer. De politie mannen hadden waarschijnlijk niet gezien dat hij granaten bij zich had. Hij trok de pinnen uit de twee granaten en gooide ze een voor een weg. De eerste belandde net voor de meest rechtse auto van de vier. Nadat de agenten achter die auto gezien hadden waar het om ging, doken ze weg achter de auto die er links van stond. Granaat nummer twee belandde achter die auto. Toen eerst de eerste afging, sprongen de ruiten van alle auto's in de buurt. Ook die van ons. Ik zag, zeker weten, een arm wegslingeren nadat de tweede af was gegaan. De granaat had alle vier die achter de auto waren weggekropen, gedood. De twee overgebleven, stonden beiden op. Ze beseften duidelijk niet, welk gevaar ze zich zo op hun nek haalden. Ik richtte, puur automatisch, op hun en haalde ze makkelijk een voor een neer. De dreiging van buiten was over.
Binnen was er geen paniek meer. Bos was weer naar binnen gelopen, en ging naar de balie. De kluis was onmogelijk om te openen. Al het geld werd gestuurd. Het was onmogelijk om aan het geld te komen. We hadden het apparatuur niet om de kluis open te kraken. Een voor een liepen mijn vrienden naar buiten. Allen onder het bloed. De een minder dan de ander. Ik was degene die niet onder het bloed zat. In de verte klonken er schoten. Ik keek richting het geluid. Daar stond een blauwe bus van de ME. Bos zijn hoofd werd opengereten door een kogel. Versuft viel ik op mijn knieën naast Bos. De anderen openden het vuur op de spook. Zijn hadden niet het geluid gevolgd. Ze schoten hun geweren leeg in alle directies. Ze werden snel een voor een omver geknald. Ik koele bloedde. Degene die het deed, deed het netjes. De schutter was efficiënt en snel. Een kogel voor elk van de vier. Ik schoof mijn geweer aan de kant. Ik pakte het gespleten hoofd van Bos in mijn handen en keek er versuft naar. Ik kon niet beseffen wat er met hem gebeurd was. Het leek erop dat ik uren met zijn hoofd in mijn handen heb gezeten. In werkelijkheid waren het maar minuten.
Ik hoorde voetstappen. Snelle passen, en ze kwamen steeds dichterbij. Ik reageerde er niet op. Ik was nog verslagen. Ik was mijn grip op mijnenzelf kwijt. Ik keek op naar de aankomende schaduw.
Een vrouw, in volle bescherming van een kogelvrije vest en een helm, dook over onze auto. Zij greep mij terwijl ze neerkwam. We vielen beiden naar achteren. Toen we beiden snel opstonden, keken we elkaar recht in de ogen.
De vrouwelijke ME-er, was even groot als ik. Weer bevroor ik, ze had me zonder moeite neer kunnen meppen. Plotseling kreeg ik alles weer helder. Ik keek de vrouw recht in haar ogen. Haar ogen waren, schaars, groen.
Ik herkende de weinig voorkomende kleur van haar ogen. Het was de vrouw die twee huizen verderop van Links woonde. Ik kon gewoon niks doen. Mijn drang om te ontsnappen was helemaal verdwenen.
Weer hoorde ik voetstappen. Dit keer kwamen ze van achter mij. Als iemand mij wou neerschieten hadden ze allang de kans gehad om dat te doen. Ik stond midden achter de auto. Mijn hoofd kwam boven de wagen uit, dus mij afknallen zou simpel zijn.
De voetstappen kwamen angstig dicht achter mij. Ik verwachte dat iemand zijn pistool of geweer tegen mijn achterhoofd zou drukken en rustig overhalen. De vrouw waar ik tegenover stond keek schuin achter mij, en trok haar ogen een beetje samen. In een manier dat iemand doet als hij weet dat er iets gaat gebeuren dat die persoon liever niet ziet. Alles werd plotseling zwart, het laatste wat ik toen zag waren de mooie groene ogen van de vrouw.................
Ik werd wakker in een ziekenhuis. Vier agenten in volledige bescherming stonden mij aan te gapen. Ik kon in hun ogen zien dat ze liever hun pistool pakten en hem leeg schoten in mij. Bang werd ik van de haat in hun ogen. Plotseling begon een van de vier te schreeuwen. Het was degene die bij mijn linker voet stond. Die man keek mij niet aan. Hij had zijn handen over elkaar en keek een beetje boos naar beneden. Er kwamen na een lang minuutje twee mensen aanlopen. Een zuster en een vrouwelijke dokter. De vrouwen waren duidelijk niet blij met de taken die ze waren gegeven. Ze moesten mij onderzoeken. Fysiek was ik wel in orde, ik had alleen een barstende koppijn.
Ik werd uit het ziekenhuis ontslagen. Als ik niet een crimineel was geweest hadden ze me vast een dag langer daar gehouden. Iedereen was blij mij te zien vertrekken. Ik kon zelf al wel lopen, mijn handen werden geboeid. Ik had later gedacht waarom ik niet vocht en probeerde te vluchten. Maar ik weet zeker dat ik geen kans zou hebben gehad tegen de met haat gevulde agenten. Elke agent die ik op dat moment zag wist dat ik een paar van hun collega's overhoop had geknald. Ik voelde hun gevoelens van hun harten door hun vesten heen. In een zwaar bepantserde ME auto werd ik naar het gevang gebracht. Ze transporteerden me naar Rotterdam, daar draaiden we de Noordsingel op en stopten. Grote zware deuren gingen open en lieten ons naar binnen. Ik had in al die tijd geen enkel woord gezegd. Ik had moeite om alles op te nemen, elk werkend hersencel had ik daarvoor nodig.
Twee weken later begon het monsterproces. Ik werd in de kranten, die ik pas in mijn tweede week in de gevangenis ontving, afgeschilderd als HET kopstuk van de vijf slachters. In de kranten stond van alles over mij. Voor ieder lid van onze "bende", werd een verzachtend excuus gevonden. Behalve voor mij. Bos kreeg, toen hij jong was, niet genoeg aandacht van zijn twee werkende ouders. Huizinga had volgens de kranten nooit de scheiding van zijn ouders kunnen verwerken. Miss kon nooit het feit verwerken dat zijn ouders hem de rug toekeerden nadat hij hen had verteld had dat hij van de verkeerde kant was. Links was al eens eerder opgepakt voor ordeverstoring tijdens een van zijn dronken buien. Dat werd onder andere toegedeeld aan het feit dat hij ooit misbruikt was door iemand die in zijn buurt woonde.
Voor mij had niemand een verklaring. Elke krant schreef dat mijn genialiteit zover ging dat ik er gek van was geworden. Dat genialiteit gedeelte kon ik wel waarderen. Bij het gek gedeelte kreeg ik ideeën in mijn hoofd. Als ik mij gek liet verklaren, of in ieder geval ontoerekeningsvatbaar, da zou ik er met een lichte straf vanaf komen. Dit werd in de kranten beschreven als een bedreiging van onze vreedzame samenleving. Ik moest worden afgeschoten. Ik verdiende volgens iedereen niets beters.
In de openbare ruimte, waar ik ook pas in de tweede week werd toegelaten, hing een tv aan het plafond. Ik kreeg op een gegeven moment het ding op NOVA. Een nieuwsprogramma. Daarin werden de laatste twee weken samengevat. Ze lieten de kranten koppen zien, veel nieuws stond daar voor mij niet in. Het enigste wat mij shockeerde waren de foto's van mijn dode kameraden. Die had ik in de kranten die ik had gelezen niet gezien. Ze waren geprint in de eerste week van mijn gevangenschap. Het programma liet ook een interview met mijn ouders zien. Mijn zussen stonden op de achtergrond te huilen. Mijn moeder stond tegen mijn vader aan te janken, dat deed mij even slikken. Vader zijn ogen stonden ook op het springen, hij was de enigste die in staat was te praten. Het enigste wat er nu in mijn hoofd rondspookt zijn zijn woorden. Die vertellen mij keer op keer, dat de hele familie mij nooit meer wil zien. Die woorden snijden door mijn hart.
Mijn glas belandde in de tv. Het apparaat begon te sissen en de vonken sloegen er vanaf. Ik werd weer in mijn cel gestopt, en er pas weer uitgelaten voor het proces.
De rechtszaal was overvol. De mediamensen waren net gieren, zwevend boven hun prooi. Ze mochten niet binnen gelaten worden. De families van de vermoorde mensen mochten wel naar binnen. Het zou te druk worden met de media erbij. Mijn advocaat werd mij toegewezen. Een pro-deo. De man was al oud en zeker niet in staat om mij enige strafverlichting te bezorgen. Het leek net alsof de man speciaal voor mij terug van pensioen werd gehaald.
Moord met voorbedachte rade werd mij ten laste gelegd, samen met een legioen aan andere zaken. Illegaal wapen bezit, bezit van drugs en gevaarlijke explosieven was maar een fractie van al dat.
Ik kreeg in totaal 153 jaar gevangenis, waarvan 120 voorwaardelijk. Raar genoeg moest ik even lachen toen ik het belachelijke aantal hoorde.
Nu zit ik helemaal alleen in mijn cel. Daar zit ik nu net drie maanden. Ik begin nu pas de dingen te vatten. Wat ik iedereen heb aangedaan voel ik nu. Nooit meer kan ik iemand recht in de ogen kijken. Daarom schrijf ik nu een afscheidsbrief. Ik neem mijn leven. In naam van gerechtigheid, zal ik stoppen een last te wezen voor ons land. Ook heb ik een brief geschreven naar het ministerie van Justitie. In die brief pleitte ik voor herinvoering van de doodstraf. Openlijk lachte ik hun uit, hun systeem was een lachertje. Ze konden eigenlijk niks tegen mij beginnen. IK moest mijzelf straffen.
Mijn krant word aan mij afgegeven, snel klap ik het open. Ik zie al snel dat de vader van hero-boy, politieke ambities heeft gekregen. Hij wil dat het rechtssysteem de criminelen zwaarder straft. Ik stuur nu ook een brief naar hem. Ik knoop vlug mijn laken om mijn nek. Het laken hangt aan het plafond, vastgemaakt aan de lamp. Ik heb al eens eerder aan de lamp gehangen, tot mijn verbazing hield het mij. Die zullen ze wel speciaal voor dit soort zaken gemaakt hebben. Ik kijk naar buiten. Daar ligt een beetje sneeuw. Op de achtergrond staan een rij flats, dat zal het laatste zijn van wat ik zie.........