Rating: Klote voor een lang verhaal, OK voor een korte.
"Michael, Michaeeeel", had mijn moeder geroepen met een van angst overslaande stem. Toen ze me eindelijk gevonden had - ik speelde met Jony in alle onschuld aan de waterkant – had ze gesnikt: "Je mocht niet verder dan de tuin. Heel de buurt is aan het zoeken. Ik heb de politie al gebeld. Vooruit, naar huis!"
Dat was toen… Nu zit ik hier en er is niemand om me te zoeken… Vast in een gat. Helemaal alleen.
Ik had al mijn geld uitgegeven aan een mooie Russische vrouw. Toen ik bij haar was kon en mocht alles. Het geld ging zo snel door mijn vingers dat ik het niet eens merkte. Hield ze wel eens van mij? Ik weet het niet. Ik geloof van wel, maar echt zeker ben ik er niet van.
Nu is mijn Noeschka voor altijd weg. Weggenomen door een wildvreemde. Volgens mij noemden ze hem de Rostov-ripper. Deze brute en onnodige moord zou niet zijn gebeurd als wij geen ruzie over het geld hadden gemaakt. Maar ze gaf ook steeds zoveel uit… Het leek wel of ze wist dat ze niet meer zo lang te leven had. Voordat ze van mij werd weggetrokken…
Nadat de Russische politie mij op de hoogte had gebracht ben ik een blokje om gegaan. Ik wou een beetje tot rust komen. Dat blokje duurde twee dagen. Ik snap nog steeds niet waarom ik niet terug ben gegaan naar het hotel. Ik weet gewoon helemaal niks meer. Ik WIL het niet eens meer weten. Het is gewoon niet te begrijpen.
Sinds het verschrikkelijke ongeluk waarin ik mijn familie verloor ben ik niet helemaal de oude geworden. "Geestelijk geknakt" hoorde ik ooit iemand zeggen. Na de dood van mijn ouders en zussen kon niets mij meer schelen. Ik zou beide armen en benen geven om ze terug te krijgen. Al was het maar voor even. Even weer één gezin zijn. Daar doe ik veel voor.
Mijn moeder zei nog aan het begin van die reis: "Nu gaan we eindelijk als een gezin op vakantie". En dat was nog maar vier maanden geleden.
Ik wil nu naar huis. Daar een gezellig kopje thee drinken met mijn ouders. Ze stonden beide altijd voor mij klaar. Ze zeiden vaak: "Als je later groot bent en je hebt je opleidingen gedaan dan ga je zoveel verdienen dat je voor ons een mooie villa koopt op de Veluwe. En natuurlijk een mooie bijpassende auto. Maar eerst moet je beter je best doen op school hoor!"
Die woorden rennen door mijn hoofd. Continue. Steeds maar weer. Gevolgd door hun blijde en lachende gezichten. Eruit slaan helpt niet. Dat heb ik al eens geprobeerd. Maar ik kwam niet eens in de buurt.
Toen ik in Rostov aankwam, dacht ik weer een reden tot leven gevonden te hebben. Noeschka. Ze was alles wat ik toen op het moment zocht. Met haar wilde ik mijn liefde en leed delen. Nu is zij er ook al niet meer, en ik dacht nog wel een nieuwe thuis te hebben gevonden. Mooi niet dus.
Het bloed op mijn gezicht droogt nu wel een beetje. Het eruit slaan van de gezichten was weer eens niet gelukt. Volgens mij heb ik deze keer wel hechtingen nodig. Daarom sprong ik, na het hartbrekende nieuws, voor een aanstormende bus. Ik heb geen leven meer. Niemand om voor of mee te leven.
Ik wil sterven…
Mijn eerste reactie na de inslag van de bus was: "Shit, shit, shit! Ik leef nog steeds!". Ik had eigenlijk niet verwacht dat het wegdek in Rusland zo hard was. Ik was eigenlijk wel verbaasd dat de bus niet over mij heen had gereden. Misschien omdat de bussen daar niet zo hard vooruit kwamen. Een paar minuten later werd ik op een brancard geveegd en naar een ziekenhuis vervoerd. Ik zei nog tegen ze: "Laat me sterven, alstublieft, ik wil dood!". Maar dat begrepen ze volgens mij niet, want ik leef nog steeds.
Ik zit nu aan de zondevoeding. Onprettig en te rustig in een verpleegtehuis in een afgelegen gat. Het enige wat ik kan doen is naar buiten kijken. Naar de spelende kinderen en af en toe voorbijgangers.
Al dagen schreeuw ik dat ik dood wil. Maar niemand wil mij verlossen. Ik wil dood zodat ik terug kan naar huis. Terug naar Noeschka en mijn familie. Terug naar zekerheid, warmte en liefde.
-#End#-